maandag 30 april 2012
Hollywood Sign
Eerlijk gezegd weet ik niet zoveel van het Hollywood Sign. Ik weet dat er ooit Hollywoodland stond en ik weet dat Hugh Hefner een aantal jaren geleden veel geld heeft betaald om de letters te redden, maar daar houdt het ook wel op. Het Hollywood Sign valt natuurlijk in de categorie grote Amerikaanse symbolen. Bekende beelden die bijzonder zijn als je ze voor het eerst met eigen ogen kunt zien. Voor mij is het niet opgehouden bij die eerste keer. Voor mij voelt het vergelijkbaar met het zien van de zee: als we vroeger op exceptioneel mooie dagen de rit richting het strand ondernamen, was de eerste blik op de zee altijd een magische. Al kom ik er nu wat vaker, ik heb dat nog steeds op het moment dat we de duinen over lopen en de zee zichtbaar wordt. Datzelfde gevoel heb ik dus nog iedere keer bij het zien van het Hollywood Sign, bij de eerste blik erop als we in Los Angeles arriveren. Dat je hem daarna vanuit elke hoek van Hollywood en ver daarbuiten constant kunt zien doet niets af aan dat eerste gevoel. De mooiste plek om het sign te fotograferen is verborgen in de Hollywood Hills en alleen te vinden wanneer je het volgende adres in je navigator intypt: 3000 Canyon Lake Drive. Via een wirwar van weggetjes word je dan omhoog geleid naar een punt waarop je niet alleen de Hollywood letters prachtig ziet, maar ook een fantastisch uitzicht over de stad hebt. Zonder auto kun je het beste de DASH bus nemen, voor nog geen 50 cent vanaf de hoek Sunset en Vermont, naar Griffith Observatory. Vanaf daar heb je ook een prachtig uitzicht op het Hollywood Sign en tevens een adembenemend uitzicht op de stad.
De eerste keer dat ik het Hollywood Sign zag, september 2003
Op goed geluk de Hollywood Hills ingereden, met dit als beste resultaat, juni 2004
Je kunt niet vaak genoeg dezelfde foto maken, maart 2007
En nog een keer, maart 2008
Vanaf de Griffith Observatory, januari 2010
Beter dan op 3000 Canyon Lake Drive wordt het niet, maart 2012
This must be the place
Soms briljant, soms warrig, soms zelfs clichématig, maar in ieder geval fascinerend. Dat zijn maar een paar woorden die ik kon bedenken na het zien van This must be the place. Sean Penn speelt een wat oudere rockstar, Cheyenne. Ondanks het feit dat hij al jaren lang niet meer optreedt, loopt hij er nog steeds in vol ornaat bij, inclusief zwartomrande ogen en lippenstift. Cheyenne wordt geconfronteerd met het overlijden van zijn vader waar hij al dertig jaar geen contact meer mee had. Als blijkt dat zijn vader het merendeel van zijn leven op zoek is geweest naar de beul die hem in Auschwitz heeft mishandeld, zet hij deze zoektocht voort en vertrekt naar Amerika. Het verhaal lijkt hiermee best samenhangend, maar er blijven veel losse eindjes. Ik schreef ze maar toe aan het vage, warrige leven dat gepaard gaat met het rockstarbestaan van Cheyenne, maar een beetje onbevredigend was het soms wel. Mooi vond ik hoe het thema 'volwassen worden' naar voren kwam. Jammer vond ik hoe dit werd rondgebreid in de laatste scene. Een film met ups en downs dus, maar desalniettemin zeker de moeite waard. Al is het alleen maar vanwege de fantastische prestatie van Sean Penn.
zondag 29 april 2012
Grand Canyon
De Grand Canyon is voor mij altijd de moeder van alle nationale parken in Amerika geweest. Niet perse omdat het het mooiste of meest indrukwekkende park is, maar omdat ik het net als iedereen van kinds af aan al ken. Van naam dan, de Grand Canyon viel lange tijd voor mij in dezelfde categorie als Hollywood, Disneyworld en de Golden Gate Bridge. Symbolen van het grote, verre Amerika dat ik vooral kende van sitcoms en films. Nu is de Grand Canyon natuurlijk ook daadwerkelijk zeer indrukwekkend te noemen. De eerste keer dat het magistrale uitzicht zich voor mijn ogen ontvouwde moest ik drie keer met mijn ogen knipperen voordat ik kon verwerken dat ik werkelijk naar iets echts keek. Ik kon bijna niet bevatten dat het een echt uitzicht was wat ik zag. Voor mij leek het alsof iemand een enorm verlicht scherm voor mijn ogen had laten zakken, een soort Bob Ross achtig mega schilderij. Maar niets was minder waar, het was de Grand Canyon, die zijn naam meer dan eer aandeed. Ik had het geluk dat ik er de eerste keer meteen een aantal dagen kon blijven. We hebben er gecampeerd, gewandeld, de schouders verbrand en zijn er zelfs een stukje in afgedaald. Een stukje, want toen we ons beseften dat we weer omhoog moesten en al door de helft van ons water heen waren zijn we maar snel omgedraaid.
Hier wist ik nog niet hoe erg ik aan het verbranden was, mei 2004
Een andere manier om de canyon te bezoeken is vanuit Las Vegas met een dagtocht. Dit deden we met onze familie, de dag na ons trouwen, maart 2007. Dit was minstens zo'n unieke ervaring als mijn eerste bezoek. Alleen de vliegreis ernaar toe was al een belevenis op zich. Laten we zeggen dat elke beweging die de piloot maakte voelbaar was, en hoewel het uitzicht tijdens de tocht fenomenaal was, was ik toch blij toen we landden op onze bestemming. Het was een prachtige dag waarbij de tour ons langs de bekendste en meest toegankelijke uitkijkpunten leidde. Bovenal was het natuurlijk geweldig om dit met onze ouders te delen.
Het vliegtuigje dat ons van Las Vegas naar de Grand Canyon bracht, maart 2007
Het uizicht onderweg was al heel indrukwekkend, maart 2007
We maakten allemaal natuurlijk ongeveer dezelfde foto's, aangevuld met bewegende beelden gefilmd door mijn moeder, maart 2007
Drie maal is scheepsrecht en in maart van dit jaar brachten we opnieuw een bezoek aan de Grand Canyon. Met de auto, tijdens onze roadtrip van Denver naar Los Angeles. Het uitzicht went nooit. Ik was dan misschien niet zo overweldigd als de eerste keer, het was nog steeds geweldig. Hoewel de temperatuur prima was, lag er nog sneeuw op de plekken die meest van tijd in de schaduw bleven. Een prachtig gezicht, al belemmerde het wel de doorgang op een aantal wandelpaden. Een aantal mensen trok zich daar weinig van aan, maar mijn toegenomen hoogtevrees en simpele sportschoenen deden mij toch besluiten om over het algemeen veilig op het asfalt te blijven. Ons geduld om te blijven tot zonsondergang werd ruimschoots beloond: prachtige oranje/roze licht kleurde niet alleen de wolken, maar ook de canyon zelf in een warme gloed. Het was weer zeer indrukwekkend en iets zegt me dat dit niet ons laatste bezoek aan de canyon was. We gaan het zien.
Sneeuw! Maart 2012
We hadden naast een prachtig uitzicht een prachtige zonsondergang, maart 2012
maandag 9 april 2012
Horseshoe Bend
Even buiten het plaatsje Page, Arizona, volledig onzichtbaar vanaf de weg bevindt zich de Horseshoe Bend. In Page zelf hangt er in bijna iedere ruimte een foto van dit prachtige natuurschoon, en toch komt het als een verrassing wanneer je de korte route er naar toe loopt. Pas op het allerlaatste moment krijg je het te zien en kun je voorzichtig langs de rand wandelen om een blik in de diepte te werpen. Het is een hele bijzondere plek die een heerlijke rust uitstraalt en waar je uren zou kunnen blijven zitten. Jammer dat we onszelf daar de rust niet voor gunnen, maar ik heb er evengoed ontzettend van genoten.
Als je het pad volgt, zie je langzaam de canyon in de grond ontstaan
De Horseshoe Bend als je eenmaal bij de rand bent
Niet geschikt voor mensen met hoogtevrees
El Cortez
Op de Strip gebeurt het: daar staan de nieuwe, flitsende megahotels, daar zijn de chique winkels, daar is het feest. Er wordt alles aan gedaan om niet te verpauperen en hoe jammer ik het ergens ook vind: zelfs de tacky themahotels lijken alweer op zijn retour. Deze worden inmiddels overvleugeld door de Cosmopolitan, de Wynn en alle andere glazen bouwwerken die de Strip steeds meer domineren. De basis blijft echter nog steeds dezelfde, want waar je ook binnen komt: de boventoon wordt gevoerd door rinkelende, flitsende gokautomaten. Mijn geluk zit er niet. Het helpt ook niet dat ik echt niet zo goed tegen mijn verlies kan. Ik kan er de lol niet van inzien om 50 dollar in een automaat te gooien die ik vijf minuten later bijna gegarandeerd kwijt ben. Of liever: ik kon er de lol niet van in zien. Als je eenmaal de smaak van winnen namelijk een beetje geproefd hebt, dan smaakt dat zeker naar meer. De kans dat je wint is natuurlijk verwaarloosbaar, maar nu schijnt het dat de winkans buiten de Strip minimaal 10x groter is dan op de Strip. Reden te meer dus om eens een kijkje te nemen in het oude Vegas en daar een gokje te wagen. Vier jaar geleden gingen we zo ons geluk beproeven en liepen we het eerste de beste casino bij Fremont Street binnen. Terwijl ik eerst even een bezoek aan het toilet bracht, had Jeroen de eerste automaat al aan het rinkelen. 'Ik heb iets, ik weet niet hoeveel, maar ik heb iets', zei hij tegen me toen ik terug kwam. Dit iets bleek ruim 250 dollar te zijn, die er in prachtige rinkelende muntjes uitkwam. Ook in het volgende casino hadden we geluk: het ingooien van maar 25 cent leverde direct ruim 45 dollar op. Natuurlijk was ons geluk toen over en na wat van onze winst ingeleverd te hebben lieten we het erbij. El Cortez liet ons echter niet los, en toen we afgelopen maart weer in Vegas waren, stond dit casino bovenaan ons lijstje van te bezoeken plaatsen. We liepen naar binnen, in een rechte lijn naar voor ons gevoel de kast die al eerder zo goed voor ons was geweest. Jeroen gooide er geld in en verdomd als het niet waar is: hij won weer! Geen 250 dollar, maar toch. Later zijn we evengoed nog even van ons geloof gestapt en hebben we ons vermaakt op de Strip in de Stratosphere. We speelden daar op penny automaten, dus al verloren we, het duurde in ieder geval langer dan vijf minuten en we hadden er wel plezier van. Toch laat de gedachte aan El Cortez me niet los. Wellicht is ook hier driemaal scheepsrecht? Misschien dat de grote klapper nog komt..
De emmer met muntjes: goed voor ruim 250 dollar, El Cortez, maart 2008
Iets bescheidener, maar weer winst, maart 2008
Weer El Cortez, en weer wordt er gewonnen, maart 2012
Spelen op de penny automaten, waar het in ieder geval iets langer duurt voordat je je geld kwijt bent
Strawberry Lemonade
Als je niet heel erg dol op koolzuur bent, kom je er in de meeste horecagelegenheden nog steeds bekaaid vanaf. Water, appelsap en sinaasappelsap: verder gaat de keuze vaak niet. Een aantal jaren geleden kwam daar ijsthee bij. Een welkome toevoeging, maar helaas niet altijd zonder koolzuur en zeker niet overal verkrijgbaar. In Amerika hebben ze nog een hele andere categorie op de kaart: de limonade. Meestal als je een 'lemonade' bestelt krijg je de citroen uitvoering. Fris, goed tegen de dorst en buitengewoon geschikt om als tegenwicht te dienen voor de grote hoeveelheden voedsel. Nu dacht ik in Las Vegas een veilig alternatief te kiezen: de strawberry lemonade. Limonade van aardbeien, zo spannend kon dat toch niet worden. Nu blijkt echter dat het niet om limonade van aardbeien ging, maar om limonade met aardbeien. Onderin mijn beker trof ik een laag aardbeien aan die op de een of andere manier smaak af moesten gaan geven aan de limonade. Of die ik door het rietje wellicht omhoog moest zuigen, maar dit bleek een uitdagende opgave en ik ben er niet van overtuigd dat dit de bedoeling was. Neemt niet weg dat de (ex)bevroren aardbeien prima smaakten in mijn limonade en dat ik er nog steeds voor pleit om dit in welke vorm dan ook in Nederland ook op de kaart te zetten. Verse vruchtenlimonade in plaats van het eeuwige glaasje water of cola. Ik ben voor.
Het begint met een idee

Niets geeft meer energie en brengt meer teweeg dan een goed idee. Alle grote veranderingen en ontwikkelingen in de wereld begonnen dan ook ooit met een idee. Vanuit deze gedachte organiseert TED al jaren bijeenkomsten waar mensen elkaar voorzien van ideeën: ideas worth spreading. Hoe inspirerend ook, het valt soms niet mee om tussen de bomen door het bos te blijven zien in de wirwar van boeken, filmpjes, lezingen en documentaires die er gemaakt worden in dit opzicht. Carolien Vader heeft in haar boek Het begint met een idee getracht een heleboel ideeën en theorieën die eerder via TED zijn verspreid aan elkaar te linken in een leesbaar geheel. Een indrukwekkend rijtje wetenschappers, schrijvers en andersoortige denkers passeert de revue. Als je bekend bent met TED komen de meesten je wel bekend voor en is het leuk om ze in elkaars verband te zien. Ben je minder bekend met TED en het genre waarbinnen de genoemde denkers publiceren, dan zou het weleens te snel en te fragmentarisch kunnen zijn. Nu denk ik niet dat dit een probleem is, want het boek zal hoofdzakelijk bij de TED-liefhebbers terecht komen, al is het alleen al vanwege de prijs. Voor 22,50 euro mag je ervan uitgaan dat je weet wat je koopt. Toen ik het in de winkel zag liggen werd ik aangetrokken door de opmaak, maar diezelfde opmaak ging me na twee pagina's lezen helaas tegenstaan. Het lettertype is niet geschikt om lekker door te lezen en het stevige hagelwitte papier deed me teveel denken aan een studieboek. Wat ik verder jammer vond was dat ik al die fragmenten en namen die langskwamen niet direct kon onthouden of ergens terugvinden. Achter in het boek staat wel een overzicht, maar het had beter gewerkt wellicht als er voetnoten bijgestaan hadden. Eigenlijk vond ik dit boek helemaal niet zo geschikt om in druk te lezen. Groot was in mijn ogen de toevoeging geweest als het digitaal was geweest en ik op ieder gewenst ogenblik door had kunnen klikken richting een relevante TED-talk. Neemt niet weg dat ik het met plezier gelezen heb en dat er niet genoeg in dit opzicht kan verschijnen. Van goede ideeën en inspiratie kun je immers nooit genoeg krijgen.
Monument Valley
Dat overal vroeger of later de commercie toeslaat lijkt onvermijdelijk, maar dat het soms jammer is blijft een feit. Monument Valley lijkt zo'n plaats te zijn die wat moeite heeft met de balans vast te houden. Het is de plaats die voor talloze achtergrondplaatjes in films zorgde en voor miljoenen het aanzicht bepaalde van wat we als western of cowboy Amerika zijn gaan zien. Monument Valley is geen national park, het is in handen van een Indianenstam die zelf kan bepalen wat daar gebeurt. Zo is daar enkele jaren het The View Hotel geplaatst: een hotel op de rand van de vallei met, zoals de naam al doet vermoeden, een fabelachtig uitzicht over Monument Valley. Zo'n overnachting mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Acht jaar geleden stonden wij met ons tentje nog op diezelfde rand, en was er verder, in mijn herinnering althans, niet veel meer dan een visitor center en een souvenirswinkeltje. Ik wil ook niet te hard mopperen, het hotel valt weg in het landschap en is met meer smaak gebouwd dan ik van menig ander gebouw in prachtige omgevingen kan zeggen. Denk alleen al aan de omgeving van Niagara Falls, de rillingen lopen me nog over de rug van dat smakeloze circus. De route door het park is nog even authentiek als hij was: vol stenen, gaten en opstuivend zand. Laten we hopen dat de plannen om te gaan asfalteren nog heel ver weg zijn en de reikwijdte van de commercie beperkt blijft tot een prijzig hotel en een oversized souvernirswinkel met veel te dure magneten.
Mei 2004: met een tentje volkomen verlaten op de rand van de vallei

Sommige dingen veranderen gelukkig niet of nauwelijks: uitzicht mei 2004:

En maart 2012:
De weg is nog steeds even uitdagend
Death Valley National Park
Van alle nationale parken die ik gezien heb in Amerika, heeft Death Valley denk ik de meeste indruk op me gemaakt. In 2004 was ik er voor het eerst, onder wat ik toen heb ervaren als bizarre omstandigheden. Overdag was het er gloeiend heet, zo'n 48 graden, en ook 's nachts zakte de temperatuur niet onder de 35 graden. Daar bovenop stond er een stormachtige wind, die de hitte alleen maar heter maakte en me het gevoel gaf dat ik van buiten zou verbranden en van binnen zou gaan koken. We hadden dan ook niet echt de kans om alles rustig te bekijken, niet anders dan vanuit een auto met air conditioning dan. Het was buiten echt niet om uit te houden. Ook 's nachts bleef het stormen en deden we in ons tentje, als bijna enige aanwezigen op de camping op dat moment, geen oog dicht. Toen we daar in 2004 dan ook maar wegreden om 3.00 uur 's nachts hinkte ik op twee gedachtes: nu moeten we weg en ooit kom ik terug. Het duurde acht jaar, maar dit jaar in maart keerde ik terug in Death Valley. Het was er windstil en de temperatuur was er zelfs aan de lage kant. Ik wist toen we er heen reden alweer precies waarom ik terug wilde: de uitgestrektheid, de rare vormen in het landschap en weer dat gevoel dat de natuur het uiteindelijk van ons allemaal wint. Niet alleen het bezoek aan Death Valley zelf was prachtig, ook de weg ernaar toe en de route er vandaan richting de westkust waren een belevenis. De totale verlatenheid, de hoogteverschillen, de temperatuurverschillen en de zogenaamde 'dips' in de weg, maken het een afwisselende en spannende route. Had ik wel de mazzel dat ik niet zelf hoefde te rijden, dat moet ik er dan wel bij zeggen. Het maakte allemaal weer een verpletterende indruk.
Overigens als ik nu naar de weersoverzichten over de jaren heen kijk, lang leve internet, blijkt juni 2004 helemaal niet zo extreem geweest te zijn. In verhouding dan, want wanneer je ook gaat, Death Valley is de heetste, laagste en droogste plek van Amerika, dus per definitie extreem.
Bij zonsondergang op een vrijwel verlaten camping, Death Valley, juni 2004

Onderweg naar Death Valley, maart 2012
Badwater, maart 2012
Zabriskie Point, maart 2012
Uitzicht op Death Valley Sand Dunes, maart 2012
Vanuit het westen terugkijkend op de weg naar Death Valley, maart 2012
Rijden door Death Valley, gefilmd door Jeroen, maart 2012
Game Change

Onlangs ging op HBO de film Game Change, naar het gelijknamige boek, over de rol van Sarah Palin in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 in première. Over deze veelbesproken verkiezingsstrijd zijn al talloze boeken en documentaires gemaakt. Niet in de laatste plaats door Palin zelf, die een bestseller had met haar boek Going Rogue. Toch biedt deze film een kijkje in de keuken wat we nog niet eerder zagen. We zien een impulsieve beslissing en misverstanden rond de keuze van de kandidaat voor het vicepresidentschap. En we zien vooral een onzekere en onwetende Sarah Palin, die met een scheef zelfbeeld op een toneel komt te staan wat ze met geen mogelijkheid overziet. Voer voor liberalen? Ongetwijfeld. Dat neemt niet weg dat als er ook maar de helft waar is van wat er in Game Change getoond wordt, het nog steeds een schokkend verhaal is. Bijna had de wereld het moeten doen met een vicepresident, of erger nog: met een president, van één van de machtigste landen in de wereld die niets weet van buitenlandse geschiedenis, politiek of economie. En erger nog: een (vice)president die niet in staat is in te schatten naar wie te luisteren en naar wie vooral niet. Die niets snapt van verhoudingen, van culturele spanningen en ieder abstract denkvermogen mist. Het enige verstandige wat ze heeft gedaan is zich niet op het toneel van de verkiezingsstrijd van 2012 begeven. Alhoewel dat volgens mij geen garantie is voor de toekomst. Haar verschijnen op het politieke toneel heeft in ieder geval mooie televisie opgeleverd: voor iedereen die maar een beetje geïnteresseerd is in Amerikaanse politiek is Game Change een must see.
Wanderlust

Als George (Paul Rudd) en Linda (Jennifer Aniston) uit New York zonder werk komen te zitten en hun huis niet meer kunnen betalen, besluiten ze naar familie in Atlanta te gaan. Met frisse tegenzin, want de broer van George is een materialistische eikel van een vent, die het maar wat leuk vindt om zijn broertje in te peperen dat hij succesvoller is in het zakenleven. Groot is dan ook het contrast met de commune hippies waar ze onderweg ergens in de bossen per ongeluk op stuiten. Aangenaam verrast door alle ontspanning, liefde en geluk die daarvan uitgaat besluiten George en Linda om een tijdje te proberen of dat leven ze beter bevalt dan het leven dat ze tot dan toe geleid hebben. Dit scenario biedt iedere mogelijkheid om ieder cliché uit de kast te trekken, en dit gebeurt dan ook vol overgave. Daar waar het richting het absurde gaat vind ik er geslaagde stukken in zitten, daar waar het ronduit plat is slaat het wat mij betreft de plank mis. De scene waarin George zich voorbereidt op de vrije liefde met één van de medebewoners vond ik erger dan gênant, het was bijna te pijnlijk om naar te kijken. Toch was het over het geheel genomen een vermakelijke film. Een beetje vreemd, maar in ieder geval bij vlagen erg grappig.
zondag 8 april 2012
Tattered Cover Bookstore
Een half jaar geleden zagen we in Chicago de laatste winkels van Borders hun deuren sluiten en ook in Nederland lijkt de boekenbranche het moeilijk te hebben. Zo is het maar de vraag of Selexyz het gaat overleven. Onlangs werd bekend dat dit, helaas, in ieder geval niet in de huidige vorm zal zijn. Vooralsnog lijken de onafhankelijke boekwinkels het hoofd nog boven water te kunnen houden. Uiteraard ken ik hun (winst)cijfers niet, maar ze zijn er grotendeels nog en laat ik dat dan maar als een hoopvol teken beschouwen. Boekwinkels bezoeken is niet alleen in Nederland een favoriete bezigheid van ons, ook op vakantie is dit een vast onderdeel van het programma. Misschien wel juist op vakantie, want iedere stad heeft zijn eigen bijzonderheden die nergens meer reflecteren dan in hetgeen men wil lezen. In Denver troffen we de Tattered Cover Bookstore, een prachtige grote boekenwinkel aan het einde van de beroemde 16St Mall. Het interieur is prettig rommelig, maar wel ruim van opzet. Er staan her en der verspreid houten stoeltjes, leunstoelen, sofa's, krukjes: alles wat je maar kunt bedenken om even te gaan zitten en een boek door te bladeren of om gewoon even te relaxen. De sfeer is hierdoor heel ongedwongen en je voelt je heerlijk met rust gelaten. Het is een boekwinkel waar je met gemak uren door kunt brengen zonder dat je je ongemakkelijk voelt. Een leuke verrassing stond me bij de kassa te wachten, toen de medewerkster spontaan naar achteren liep om een gesigneerd exemplaar te halen van het boek dat ik wilde hebben. Service die net even het verschil maakt. Het enige minpunt dat ik heb kunnen ontdekken in deze winkel is dat ze de boeken op titel rangschikken, inplaats van op auteur. Even kijken of je favoriete auteur een nieuw boek uitgebracht heeft zonder dat je een titel weet is er dus niet bij. Los hiervan is de Tattered Cover Bookstore zondermeer één van de fijnste boekwinkels waar ik ooit geweest ben. Helemaal in Denver, dat is dan weer jammer.
Pink's Hotdogs
Het zijn Amerika's beroemdste hotdogs, en daarmee misschien wel meteen ook de beroemdste hotdogs in de wereld: Pink's hotdogs, sinds 1939 al te koop vlakbij de hoek van Melrose en La Brea in Los Angeles. Pink's wordt genoemd in reisgidsen als de plek om een keer te snacken en tegelijkertijd als een gelegenheid om celebrities te spotten. Pink's is namelijk niet alleen de beste in hun soort, het is ook nog eens de plaats om gezien en gefotografeerd te worden. We waren er in de loop van de jaren al verschillende keren langs gelopen danwel gereden, maar de ellenlange wachttijd, de keerzijde van het succes, deed ons keer op keer besluiten deze belevenis uit te stellen. Des te blijer waren we dus toen we dit jaar langsliepen en de rij, ons inziens, binnen de perken was. Het ging deze keer dan echt gebeuren: we gingen een hotdog eten bij Pink's. Ik koos de wat mij de meest authentieke hotdog leek: de chilidog. Die naam had ik zo vaak gehoord in series, films etc. dat me dat een logische keuze leek. Als ik iets dieper had nagedacht had ik kunnen bedenken wat dit in zou houden. Ik kreeg namelijk een enorme hotdog met een nog grotere berg chili, oftewel bonensmurrie, er bovenop. Gelukkig had ik niet voor de cheese-variant gekozen, deze kon voorzien in ontbijt, lunch en avondeten ineen. De eerste vijf minuten was ik bezig met het eten van mijn chili, want om het geheel in één keer in mijn mond te proppen had een beschamende bende opgeleverd die ik mijn omgeving en mezelf niet aan wilde doen. Eerst de bonen dus en daarna eindelijk de hotdog, daar waar we voor gekomen waren. Hij was zeker lekker en in zijn soort zelfs erg goed, maar uiteindelijk was het toch niet echt meer dan een hotdog. De belevenis was natuurlijk wel de moeite waard, en ondanks dat we er geen beroemdheden gespot hebben, kan hij toch van het lijstje. Wij hebben een hotdog gegeten bij Pink's, check.
Januari 2010: de rij liep slingerend naar achteren over de parkeerplaats en de wachttijd was minimaal 1 1/2 uur
Maart 2012: daar staan we dan eindelijk, in de rij bij Pink's
Dit zijn ze dan, Pink's hotdogs!
En nu zien hoe ik dit een beetje beschaafd naar binnen krijg...
dinsdag 6 maart 2012
The Descendants

Tegen de achtergrond van het prachtige Hawaii probeert Matt, gespeeld door George Clooney, overeind te blijven nadat zijn vrouw door een zwaar ongeval in coma raakt. Terwijl hij het lot van zijn vrouw moet bepalen en de zorg voor zijn dochters op zich krijgt, moet hij ook nog eens een beslissing nemen over de toekomst van een groot stuk geërfd land op één van de eilanden. Wat deze film met name bijzonder maakt is de chemie tussen de vader en zijn twee dochters. Het is geloofwaardig en aandoenlijk, niet in de laatste plaats door de uitstekende acteerprestaties van Amara Miller en Shailene Woodley. Clooney kreeg terecht een oscarnominatie voor zijn hoofdrol. The Descendants is een indrukwekkende film die volgens mij niemand onberoerd kan laten.
Henk, Ingrid en Alexander

In Henk, Ingrid en Alexander zoekt D66-voorman Alexander Pechtold de dialoog met PVV-stemmers. In uitgebreide gesprekken gaat hij op zoek naar wat hen bewogen heeft, en/of nog steeds beweegt, om op de PVV te stemmen. Alhoewel het om kiezers gaat uit diverse milieus en met diverse achtergronden, zit er een sterke rode draad in de gesprekken. Teleurstelling in het politieke bestel en dan met name in de PvdA voert de boventoon. Eén van de duidelijkste "adviezen" die uit dit boek naar voren komt is dat de PvdA zo snel mogelijk een andere leider moet gaan zoeken. Wat dat betreft is dit boek met het recente aftreden van Cohen alweer ingehaald door de realiteit. Voor de rest spelen angst en onwetendheid een grote rol. Angst voor Europa, voor alles wat onbekend is en oneerlijk lijkt. Het is ook geen gemakkelijke opgave voor de kiezer om echt doordachte keuzes te maken. Neem het gisteren verschenen rapport dat in opdracht van de PVV verscheen over Nederland en de euro. Hoe moet een beetje normaal opgeleide Nederlander hier nu waarde aan hechten? Wilders geeft oorzaak en gevolg relaties die nooit te controleren zijn, zeker niet voor een niet econoom. Als je wilt geloven wat Wilders zegt, klinkt het echter allemaal erg plausibel. In Henk, Ingrid en Alexander doet Pechtold een goede poging om de dialoog aan te gaan met de kiezer en uit te leggen dat de wereld soms net iets anders in elkaar zit dan de grootste mond ons wil laten geloven. Het is daarmee een leuk, leesbaar en niet al te diepgaand boek geworden dat echt wel aan het denken zet. Met Henk, Ingrid en Alexander is de kans echter groot dat Pechtold alleen het publiek bereikt dat hij niet hoeft te overtuigen. Laten we hopen dat hij nog heel veel andere podia vindt om zijn geluid te laten horen.
maandag 5 maart 2012
Diamond Dash

Na Bejeweled Blitz en Wordfeud is er een relatief nieuw spelletje dat werkt op mijn verslavingsgevoeligheid voor casual games: Diamond Dash. Het gegeven is simpel en bijzonder weinig origineel, maar dat doet niets af aan het succes. Urenlang zit ik combinaties van drie blokjes of meer weg te klikken op de laptop, danwel weg te tikken op de iPad. Het is zelfs zo erg dat ik een uitzondering maak op een zware overtuiging die ik heb ten aanzien van het sturen van spelletjesverzoeken via Facebook. Over het algemeen kan ik me groen en geel ergeren aan de veelvuldige verzoeken van mensen om te komen helpen in hun tuin, café of wonderland, of aan verzoeken om iemand simpelweg aan bonuspunten te helpen. Bij Diamond Dash echter stuur ik levens dat het een lieve lust is en ontvang ik ze met evenveel plezier. Alleen met extra levens kun je namelijk iets langer doorspelen dan met de vijf hartjes die je standaard krijgt als je een spelletje start. Zonder vrienden ben je dus gedwongen om te wachten op nieuwe levens, met vrienden krijg je deze bij tijd en wijle cadeau. Het is fouter dan fout en druist tegen alles in waar ik in geloof, maar de blokjes zijn sterker dan alle bezwaren. Ik troost mezelf maar met de gedachte dat ik er alleen mensen mee lastig val die zelf ook spelen en dat uiteindelijk ook dit spel weer voorbij zal gaan. Zoals elke hype uiteindelijk weer voorbijgaat. Misschien dat ik de volgende maar even oversla..
American Idol seizoen 11

De eerste live-shows zitten er alweer op: het nieuwe Idols-seizoen vliegt in rap tempo voorbij. Sinds het vertrek van Simon Cowell lijkt het devies te zijn: laten we vooral aardig zijn tegen elkaar. Dit seizoen is daar geen uitzondering op. Afgelopen week zagen we de top 13 jongens en top 12 meisjes voor het eerst zingen op het grote Idols-podium in Hollywood, en het resultaat was op zijn zachtst gezegd teleurstellend. Desalniettemin kreeg de een na de ander lovende kritieken van JLo, Steven en Randy. Bij de uitslagshow kwam echter de minder mild gestemde, maar veel realitischer producer Jimmy Iovine aan het woord. Ongezouten gaf hij zijn mening over de prestaties van de deelnemers. Het contrast met alle eerder gedane lofuitingen was groot, en de kritiek voelde als zodanig meer als kritiek op de jury, dan als kritiek op de kwaliteiten van de zangers in spe. Het was hilarische televisie en tevens een welkome vlaag frisse lucht. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat hij nog vaak aan het woord komt. Niet dat ik me op zich nou zo verkneukel aan vileine opmerkingen, maar een beetje realiteitszin kan geen kwaad voor deze 'everybody gets a trophy' generatie. Als het zingen vals klinkt, klinkt het vals. Dat maakt niemand een slechter mens, maar een zangcarrière op wereldniveau is nu eenmaal niet aan iedereen besteed. Dat moet af en toe maar eens gezegd worden. Helaas is dat ook dit jaar niet de koers die de jury vaart. En dat zou ze nog weleens op kunnen breken.
Abonneren op:
Posts (Atom)



