www.flickr.com

zaterdag 8 oktober 2011

Whale watching 2011


Als echte veteranen gingen we onlangs voor de vierde keer de oceaan op om walvissen te zien. Aangezien het de enige echt mooie dag in die week zou zijn was het druk op de boot. Alle zitplaatsen waren snel gevuld en de verwachtingen waren hoog gespannen. We waren vrij laat in het seizoen, ruim twee weken later ook dan vorig jaar, en we wisten dat dit een risico met zich mee zou brengen. We hadden al eens eerder meegemaakt dat we niet verder kwamen dan het spotten van een uit de kluiten gewassen kwal, en lange tijd leek het daar deze keer ook op af te stevenen. We hebben ons dan ook een groot gedeelte van de vier uur durende trip meer vermaakt met onze tafelgenoten, twee gepensioneerde Amerikanen uit Minnesota, dan met wat zich buiten afspeelde. Uiteindelijk werd het wachten dan toch nog beloond met het zicht op twee walvissen die een tijdje rondom de boot wilden zwemmen. Alhoewel ik me er eigenlijk al bij neergelegd had dat het deze keer niet zou gaan gebeuren en hier verder ook geen moeite mee had, vond ik het natuurlijk toch weer fantastisch om er toch nog twee van dichtbij te mogen zien. Hoe graag mensen alles ook regisseren en controleren, de dieren gaan gewoon hun eigen natuurlijke gang. Mooi dat wij daar niets aan kunnen veranderen. Moeten we ook niet willen.


Harvard COOP



Met het verdwijnen van Borders lijkt het einde van de fysieke boekwinkel helaas in zicht. Ik vind het een enorm gemis dat steeds meer (Amerikaanse) steden geen mooie grote boekhandel meer hebben. Barnes and Noble vult dit gat nog enigszins, samen met natuurlijk de vele charmante onafhankelijke boekhandels, maar dat het minder en minder wordt valt niet te ontkennen. Hoe fijn is het dan om in Cambridge meerdere boekwinkels aan te treffen, waaronder het prachtige grote Harvard COOP. De Harvard COOP op Harvard Square is aanvankelijk opgericht voor en door Harvard studenten en is nog steeds een universiteitsboekhandel met een zekere alure. Ze hebben echter niet alleen studieboeken. In de algemene boekwinkel (er zijn meerdere panden) wordt echt alles verkocht en voeren de populaire titels net als elders de boventoon bij de uitgestalde boeken. Er is veel aandacht voor non-fictie, iets waar ik zelf heel blij van word, en een speciale sectie met toegankelijke titels van docenten en onderzoekers gelinkt aan Harvard. Alle secties komen eigenlijk wel goed aan bod en er is voldoende ruimte en rust om op je gemak rond te kijken. Je kunt hier met gemak uren vertoeven, te meer omdat er een koffiecorner is waar je niet alleen koffie kunt krijgen maar ook broodjes en dergelijken. Het enige nadeel van de Harvard COOP is wellicht dat het vrijwel onmogelijk is om zonder aankoop de winkel te verlaten.

New Girl


Er zijn veel nieuwe comedyseries dit jaar, waarvan New Girl er één is die het lijkt te gaan halen. Dat komt niet door het originele gegeven, want dat valt nogal tegen: meisje gaat weg bij vriend en trekt als huisgenoot in bij drie mannen die ze van te voren niet kent. Een beetje in de traditie van Friends, behalve dan dat het een stukje pittiger en scherper is. Dit komt niet in de laatste plaats door actrice Zooey Deschanel, die leuk en knap een grappige en ietwat neurotische Jess neerzet. Vooralsnog lijkt de serie nog erg te steunen op Deschanel, maar beetje bij beetje komt de chemie tussen de andere karakters ook meer uit de verf. New Girl heeft onze lijst gehaald, maar had van te voren door de charmante en talentvolle Deschanel eigenlijk ook al een plusje. Om me echt te overtuigen is er uiteindelijk wel meer nodig.

How to Be a Gentleman



Als het Kevin Dillon was geweest die als Johnny Drama een rol had gespeeld in een nieuwe sitcom met de naam How to Be a Gentleman, dan was dit misschien nog een grappig gegeven geweest. Helaas heeft het karakter Johnny dat Kevin Dillon zo succesvol neerzette in Entourage helemaal niets met deze nieuwe serie te maken. Het is gewoon Kevin Dillon in een nieuwe rol in een sitcom. En dat is niet genoeg. Waarmee ik niet wil zeggen dat deze acteur er eigenhandig verantwoordelijk voor is dat deze serie niet van de grond komt. De andere hoofdpersoon, gespeeld door David Hornsby, is wat mij betreft nog minder goed gelukt. Hij lijkt een Barney Stinson wannabe, maar dan niet grappig. Het is misschien jammer om een serie direct af te branden en deze geen tijd te gunnen om te groeien, maar ik vrees dat dit bij deze serie verspilde tijd zou zijn. Het is gewoon te flauw. Ik blijk niet de enige te zijn die er weinig aan vond. De ontvangst was in zijn algemeenheid zeer slecht te noemen, en de geplande dertien afleveringen zijn teruggebracht naar negen. Een tweede seizoen lijkt dan ook uitgesloten. Wij laten het bij deze ene aflevering.

Person of Interest


Het nieuwe televisieseizoen is begonnen, en zoals elk jaar is er weer een behoorlijk aantal nieuwe series gestart. De meesten zullen geen tweede seizoen halen, maar er zit toch altijd weer een echte verrassing tussen, zo eentje die met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Dit jaar is dat wat mij betreft het originele en spannende Person of Interest. Net als velen sta ik er best weleens bij stil wat het betekent dat er tegenwoordig overal camera's hangen. Of bij het gegeven dat we ons tegenwoordig overal maar inchecken, zowel vrijwillig via social media als minder vrijwillig zoals in het openbaar vervoer. Wat zou er gebeuren als je al die data koppelt, wat kun je daar dan mee? Of wat gebeurt daar nu al mee? In Person of Interest zien we hoe de Amerikaanse overheid een machine heeft laten bouwen die al deze informatie bundelt om daarmee voorspellingen te kunnen doen over toekomstige aanslagen. De machine voorspelt echter meer: er verschijnen ook mensen op de radar waar 'iets' mee is. De maker van de machine merkt dat deze mensen in allerlei verschillende zaken verwikkeld blijken te zijn, het zij als slachtoffer, het zij als dader. Als de overheid niets met deze gegevens doet voelt hij de verantwoordelijkheid om toch iets voor deze mensen te doen. Ze zouden immers in gevaar kunnen zijn. Hij doet dit samen met een ex-militair die hij van de straat plukt, en die natuurlijk een duister verleden heeft waar we langzaamaan meer over zullen gaan horen. Super origineel en spannend dit Person of Interest, en je kijkt toch net weer even iets anders naar al die camera's in het straatbeeld.

zondag 2 oktober 2011

Lake Michigan


Eén van de elementen die Chicago zo'n mooie stad maken is de ligging aan Lake Michigan. Deze vakantie was de eerste keer dat ik één van de grote meren van Amerika/Canada van dichtbij zag, en ik was verbaasd over zoveel schoonheid. Dat ik het zo mooi vond werd vooral bepaald door de sprookjesachtige kleur van het water: een vreemd, helder soort heel lichtblauw. Het leek een beetje op zwembadwater, maar dan zonder de chloorlucht. Er zijn natuurlijk talloze feiten over het meer te vertellen, maar dat laat ik over aan Wikipedia, voor de liefhebber. Ik vond het vooral bevreemdend, op een prachtige indrukwekkende manier. Nooit eerder heb ik zo gefascineerd naar water gekeken. Terwijl het uitzicht op de skyline van Chicago toch ook erg de moeite waard was. Waar de kleur vandaan kwam heb ik eigenlijk niet meegekregen en ook nergens kunnen vinden. Ik ga er dan ook niet vanuit dat het perse heel schoon was, al leek het dat wel. Misschien wil ik het ook niet weten.



Raising Hope seizoen 2


Aanvankelijk had ik mijn bedenkingen bij de serie Raising Hope. Toen het vorig jaar begon vond ik dat de grens tussen grappig en plat te vaak overschreden werd, met name in de eerste twee afleveringen. Dat werd echter snel heel veel beter en in de loop van het seizoen veranderde Raising Hope in één van de meest hilarische series van de Amerikaanse televisie. Gelukkig werd het programma tegelijkertijd ook nog buitengewoon goed bekeken, dit gaat immers niet altijd hand in hand, en kreeg het een tweede seizoen. Vorig week hebben we de eerste aflevering kunnen zien en deze was meteen helemaal goed. De jonge zanger Greyson Chance, bekend geworden door de Ellen show, speelde een jonge Jimmy die in een grijs verleden een talentvol muzikant bleek te zijn geweest. Uiteraard was er geen enkele mogelijkheid voor Jimmy om dit talent terug te vinden, maar de pogingen daartoe waren meer dan grappig. Raising Hope heeft wat mij betreft eenzelfde niveau bereikt als het door dezelfde schrijvers gemaakte My Name Is Earl. Dat belooft nog heel veel leuke televisie.

The Chairs Are Where The People Go


Sommige mensen zijn echt heel leuk om naar te luisteren. Mensen die oog hebben voor kleine dingen in het leven, een originele manier hebben van tegen de wereld aankijken en dit ook nog fijn kunnen verwoorden. Misha Glouberman is zo iemand. Of het nu om geluidsoverlast in de buurt gaat, hoe je het beste het publiek op kunt stellen bij een voorstelling, of over meer wereldse problematieken, Glouberman weet er een originele draai aan te geven die je vanuit een andere hoek naar het onderwerp laat kijken. Zijn goede vriendin Sheila Heti heeft de teksten opgetekend in het 72 hoofdstukjes tellende The Chairs Are Where The People Go. Dat er een schrijver tussenzit ben je echter binnen een paar minuten al vergeten. Het voelt alsof Glouberman rechtstreeks tegen je praat en dat maakt het ook zo'n fijn en toegankelijk boek. In de ondertitel van het boek, 'How to work, live and play in the city', lijkt er een poging gedaan te zijn het boek in een categorie te plaatsen of in een groter verband. Dat heeft dit boek helemaal niet nodig. Het leuke is juist dat het totaal niet te plaatsen is. Ik mag graag luisteren naar Gloubermans verhalen, waar ze ook over gaan, en dat is precies wat Heti voor ogen leek te hebben bij het schrijven van dit boek. Hoe vaak kom je immers iemand tegen die doodserieus cursussen geeft in het spelletje charades? The New Yorker noemt het boek 'conversational philosophy', het herinnert mij er vooral aan hoeveel leuke echt originele mensen er zijn, en hoe leuk het is om naar ze te luisteren.

zaterdag 1 oktober 2011

Chicago's Skyline


Aan het type tour wat er aangeboden wordt in een stad kun je meteen zien wat de stad zelf zijn meest bezienswaardige kant vindt. Zo zagen we in New Orleans tours over begraafplaatsen en voodootours. Boston heeft zijn historische tours, walvistochten en tramtours langs oa het originele Cheers café. New York vindt blijkbaar alles mooi aan zichzelf, want daar zijn de tours veelal algemeen en benoemen de tourguides alles wat je maar tegen komt. In Chicago daarentegen werden speciale architectuurtours gegeven, iets wat ik in eerste instantie niet direct achter de stad gezocht had. Nu had ik sowieso een nogal gekleurd beeld van Chicago, dat met name bepaald werd door beelden uit de televisieserie ER. Dat er in die serie niet bepaald veel aandacht voor de architectuur van de stad was moge duidelijk zijn. Nu heb ik helemaal geen verstand van bouwstijlen, maar ook ik zag dat er in Chicago heel divers gebouwd is en met opvallend veel smaak. Over dat laatste valt natuurlijk te twisten, maar ik vond zelf maar één gebouw echt onbegrijpelijk. Helaas hebben we daar geen foto van genomen (te lelijk) en weet ik ook niet meer wat het was. Het stond hartje downtown en volgens mij was het een overheidsgebouw. Het leek echter meer op een soort indoor stadion, te groot voor zijn omgeving en met geen mogelijkheid mooi te vinden. Maar verder zagen we mooie dingen en hebben we heel wat omhoog zitten te turen. Niet door enige kennis van architectuur gehinderd of aangemoedigd hebben we dan ook veel foto's van gebouwen gemaakt in Chicago. Je zou er pijn in je nek van krijgen..






The Field Museum


Eigenlijk wilden we naar The Museum of Science and Industry hadden we bedacht toen we 's ochtends opstonden. Maar nadat we eerst hadden staan wachten op een bus die alleen in de spits bleek te rijden (ja, de spits was al even voorbij op dat moment) en vervolgens tevergeefs wachtten op een bus die alleen tussen Memorial Day en Labour Day bleek te rijden (wie kent ook al die feestdagen uit zijn hoofd?) besloten we van koers te veranderen. We namen de bus richting de nabij gelegen Museum Campus, waar zich niet alleen het beroemde Shedd Aquarium bevond, maar ook The Field Museum. The Field Museum is een natuur historisch museum met een grote collectie van over de hele wereld. Het heeft een vaste collectie, en een paar aparte tentoonstellingen waar je apart voor bij moest betalen. Een kaartje met één extra tentoonstelling kostte 22 dollar, de unlimited pas was 29 dollar. We vonden het nogal wat, en aangezien wij niet van plan waren er de hele dag door te brengen hebben we ons beperkt tot één extra tentoonstelling. Achteraf bezien meer dan genoeg, want het is een fors museum. Middelpunt van de collectie was Sue, een geraamte van een Tyrannosaurus rex. Van het vinden en opbouwen van Sue, vernoemd naar de vinder, werd een film getoond in het 3D theater. Tot mijn verbazing kregen we daar een in mijn ogen ouderwetse 3D bril met twee verschillende glazen, maar de 3D effecten waren verder oke. Voor mij hoeft zo'n informatieve film eigenlijk helemaal niet in 3D, maar goed, het lijkt er bij te horen. Zelf vond ik het Egyptische deel van de collectie behoorlijk indrukwekkend, en niet alleen vanwege het Indiana Jones gevoel. Onderin de kelder waren mummies, tombes en muurbewerkingen die zeker de moeite van het bekijken waard waren. Dat het betreden van de piramide in het Egyptische deel een hoog Indiana Jones gehalte had blijkt overigens niet zo raar: het museum werd in de Indiana Jones film gebruikt als uitvalsbasis van de archeoloog.



Zahra's Paradise


Zahra's Paradise is het verhaal van een moeder die samen met haar zoon op zoek gaat naar haar andere zoon, die verdwenen is tijdens de demonstraties na de 2009 verkiezingen in Iran. Het verscheen oorspronkelijk als webcomic en kreeg in die hoedanigheid al veel positieve reacties. Later is het als graphic novel uitgegeven, de vorm waarin ik het gelezen heb. Het is weliswaar een fictief verhaal, maar de zoektocht naar de verdwenen Mehdi laat wel een pijnlijke kant zien van de schreeuw om democratie zoals we die in 2009 zagen. Het zijn de verhalen die je liever niet hoort, vol onrecht, machtsmisbruik en corruptie. De graphic novel is een prachtig medium om een dergelijk verhaal te vertellen: de beelden vullen de teksten perfect aan en viceversa. Vooral de onmacht van de moeder en de broer is voelbaar. Ook de grote verschillen in het land tussen mensen, culturen, oude gewoontes en nieuwe media worden mooi weergegeven. Ik was erg onder de indruk van dit boek, dat door velen al in het rijtje van Maus en Persepolis gezet wordt. Het is erg zorgvuldig uitgegeven met een uitgebreide woordenlijst en achterin nog het een en ander aan context. Een boek om vaker dan één keer te lezen. De teksten zijn van Amir, de tekeningen van Khalil.

Willis Tower


Alles is te koop, zo ook de naam van één van de bekendste wolkenkrabbers ter wereld. Tot 2009 ging de Willis Tower door het leven als de Sears Tower, maar toen Willis Group Holdings meer dan driekwart van het pand ging huren, hebben ze ook gebruik gemaakt van het naamgevingsrecht dat hierbij kwam. De namen Willis en Sears worden in de stad echter door elkaar gebruikt. Van één van de tourguides die we troffen in Chicago begreep ik dat de inwoners weinig ophebben met de nieuwe naam en het zelfs liever bij de oude houden. De grootste attractie in het pand is natuurlijk het uitzicht op zich, maar sinds 2009 heeft de Willis Tower er een grote attractie bij: The Ledge. Deze glazen uitbouwsels aan het gebouw laten je vanaf de 103e verdieping recht naar beneden kijken. Het is best even spannend en wellicht niet erg geschikt voor mensen met ernstige hoogtevrees, maar het is de moeite waard om je over de aanvankelijke terughoudendheid heen te zetten want het uitzicht is echt prachtig. Dat je 412 meter recht naar beneden kijkt, daar moet je maar niet te diep over nadenken.


One Day (2)


Vorig jaar was het boek One Day van schrijver David Nicholls wereldwijd een groot succes. Ook ik werd gegrepen door het prachtige verhaal over de vriendschap tussen Emma en Dexter. Met een dubbel gevoel keek ik uit naar de film. Ik was bang dat ze er een doorsnee romantische komedie van zouden maken, die als voornaamste doel zou hebben het grote publiek aan te spreken. Gelukkig is dit niet gebeurd. De film One Day blijft heel dicht bij het boek, zowel wat betreft de vertelvorm, als het verhaal en de sfeer. De hoofdrollen worden gespeeld door Anne Hathaway en Jim Sturgess. Sturgess is erg geloofwaardig als de arrogante en uiteindelijk wat tragische Dexter. Met Hathaway had ik wat meer moeite want al zet je haar een nerdy bril op, het blijft een mooie, aantrekkelijke vrouw. Met name in het begin kan ik haar dan ook maar moeilijk plaatsen in de rol van super normale Emma. Als je twintig jaar verhaal in een boek wilt stoppen, dan is het soms al lastig om te kiezen wat te vertellen en wat niet. Twintig jaar in een film lijkt een bijna onmogelijke opgave. Het is dat ik het boek al gelezen had en wist wat er tussen de scenes door zich afspeelde, maar anders vraag ik me echt af of de film genoeg was om je echt te pakken. Je vliegt door de jaren en hebt zo amper tijd om ook maar een beetje een band te voelen met de hoofdpersonen. Of de film wel echt op zichzelf kan staan betwijfel ik dus, maar dat zou ik moeten vragen aan iemand die het boek niet eerst gelezen heeft. Voor mij was de film vooral een prachtige illustratie bij het boek. Veel scenes zagen er exact zo uit als ik voor me had gezien toen ik het boek las en kleurden het verhaal verder voor me in. Ik zou de vraag of de film op zichzelf kan staan laten voor wat hij is en gewoon eerst het boek lezen. Dan heb je eerst een prachtige leeservaring en vervolgens een mooie aanvulling. One Day is als film wel absoluut de moeite waard.

vrijdag 30 september 2011

Talking Leaves Books

In Buffalo is weinig te beleven. Het ligt gunstig ten opzichte van de Niagara Watervallen en kwam als zodanig op ons lijstje van bestemmingen terecht, maar we hadden er al rekening mee gehouden dat er weinig te beleven zou zijn. Dat er zó weinig te beleven zou zijn, kwam voor ons echter ook als een verrassing. We hadden expres een hotel genomen bij Main Street, bij het uitgaansdistrict en ook nog bij de enige tramlijn. Allemaal elementen die ons toch enigszins in de bewoonde wereld zouden laten belanden, dachten we. Niets bleek minder waar. Main Street met de tramlijn zag er op zaterdagmiddag 17.00 uur zo uit:


Nu kwamen we door Yelp gelukkig op het spoor van een aantal boekwinkels op Main Street. Deze bleken weliswaar 7 kilometer verderop te liggen (lange straat), maar dat was met de metrolijn te ondervangen. We kwamen terecht in een weinig sprankelende buurt, met veel oude huizen en met name de middenstand leek het niet erg sterk te doen hier. Veel etalages waren dichtgetimmerd en het zag er allemaal wat vervallen uit. Het was echter geen onvriendelijke buurt, ook hier liep weliswaar geen mens, maar we voelden ons zeker niet onveilig. Behalve dat we langs een Aldi kwamen (je verwacht het niet), kwamen we ook langs een comicbook store en vonden we onze boekwinkel. Talking Leaves Books bleek een hele aangename verrassing te zijn. Deze oudste onafhankelijke boekwinkel van Buffalo was groot, licht en had een leuke verzameling originele boeken. Vooral de 'current affairs' afdeling had een aantal boeken die ik elders (nog) niet gezien had en die me zeer interessant leken. Jeroen vond een gesigneerde versie van Michael Moores nieuwste, ook iets waar je net even tegenaan moet lopen. Jammer van de locatie zou je bijna denken, maar gelukkig hebben ze ook een website, een facebook account en een twitter account. Lang leven het nu zal ik maar zeggen.

Buckingham Fountain

Of de Buckingham Fountain net zoiets was als de Bellagio Fountains in Las Vegas. Ik was benieuwd wat de dame achter de receptie van ons hotel in Chicago zou antwoorden op deze vraag van het groepje toeristen voor haar balie. De enige overeenkomst tussen deze twee fonteinen is immers volgens mij dat er water uit omhoog komt. Ze mompelde echter alleen iets onverstaanbaars en ging snel verder met het opnoemen van andere bezienswaardigheden in Chicago. Ik vond het amusant omdat je inderdaad je verwachtingen een beetje bij moet stellen als je in misschien wel de meest over de top plaats ter wereld bent geweest. In Las Vegas schreeuwt alles om aandacht, inclusief de Bellagio fonteinen die eens in de zoveel tijd een grote show weggeven, op de klanken van Elvis' Viva Las Vegas. De Buckingham Fountain is daar niet mee te vergelijken. Deze fontein in Grant Park stamt uit 1927 en is geinspireerd door de fonteinen in Versailles. Dat wil echter niet zeggen dat deze fontein niet beroemd is. Sterker nog, ik bleek de Buckingham Fountain al talloze keren gezien te hebben, ik wist alleen niet naar welke fontein ik keek.
Hint 1: hij zat in de titelsong van een bekende televisieserie.
Hint 2: de serie speelde van '87 tot '97

Zo zag hij eruit vanaf het water, toen we een River & Lake Tour deden


En zo zagen we hem een dag eerder vanaf de weg, waarom al die bouwmaterialen er omheen stonden weet ik niet


Oke, hier is ie dan: The Buckingham Fountain in één van de meest bekende televisieseries ooit:

Poke The Box


Tijdens het lezen van een boek van Seth Godin krijg ik altijd zin om iets te gaan doen. Hij weet me op de een of andere manier altijd wel te raken en energie te geven. Terwijl zijn boodschap over het algemeen helemaal niet zo ingewikkeld of baanbrekend is. In zijn laatste boek Poke The Box is zijn boodschap simpel en kort: START! Het is ook niet eens zozeer een boek, het is meer een manifest. Godin wil iedereen ertoe bewegen om meer initiatief te tonen, om niet te wachten op goedkeuring wanneer je dat ene briljante plan hebt, en gewoon te starten. Hij doet dit in de ultrakorte hoofdstukjes waar zijn teksten om bekend staan en door je als lezer constant direct aan te spreken. Ik merk dat het me scherp houdt en energie geeft tijdens het lezen, maar na verloop van tijd krijg ik wel het gevoel dat de schrijver in mijn oor staat te tetteren zonder dat hij van ophouden weet. Bij eerdere boeken van Seth Godin had ik hier overigens meer last van, Poke The Box was daar te kort voor. In krap anderhalf uur was ik al door het 84 pagina's tellende werkje heen en had ik zin om, inderdaad, ergens mee te starten. Wist ik nou alleen maar waarmee.. In onderstaand filmpje legt Seth Godin zelf uit wat zijn gedachtes zijn achter Poke The Box

dinsdag 27 september 2011

Spooks seizoen 10




Het is weer september en dat betekent onder andere: een nieuw seizoen van Spooks. Voor de laatste keer dan wel, want dit tiende seizoen gaat het laatste seizoen zijn van de succesvolle BBC serie. Volgens sommigen is Spooks al een tijdje over zijn hoogtepunt heen, maar ik zit weer als vanouds op het puntje van mijn stoel. We zijn nu twee afleveringen onderweg en er is weer volop spanning en ook het onderbuikgevoel is weer alom aanwezig. Sir Harry Pearce staat vooralsnog in het middelpunt, zowel professioneel als persoonlijk. Er blijken nog steeds onbekende kanten aan de hoofdpersoon te zitten, die sowieso gedurende tien seizoenen al de meest constante, maar ook meest interessante persoon bleek te zijn. Jammer dat de Spooks seizoenen zo kort zijn, want hierna is het echt afgelopen met Harry en zijn team. Ik hoop op een spectaculair slot, maar eigenlijk ook op een goede afloop voor Harry. Het is hem gegund. En we hebben altijd nog de dvd's.

Maid of the Mist


Als enthousiast Amerika-ganger stonden de Niagara watervallen al langere tijd op mijn verlanglijstje. Ze liggen echter niet zomaar spontaan op je route, dus met enig puzzlewerk wisten we dit jaar een combinatie van bestemmingen te vinden waar de watervallen in pasten. Via Chicago vlogen we naar Buffalo, waarvandaan het nog zo'n 25 kilometer is naar Niagara Falls. We namen hiervoor de plaatselijke bus die ons in drie kwartier tijd via Grand Island naar de watervallen bracht. Niet de meest toeristische optie, maar wel een avontuurlijke en zeker de goedkoopste: voor 3,75 dollar pp heb je een retourtje en word je op de stoep gebracht en weer opgehaald. Nadeel is wel dat deze bus niet al te frequent rijdt, dus je moet wel echt even naar de vertrektijden kijken wil je niet anderhalf uur voor joker op de bushalte zitten. Eén van de manieren om de Niagara Falls goed te bekijken is vanaf een tochtje met de Maid of the Mist. Bij vertrek krijg je een blauwe poncho voor over je kleding en dit is niet voor niets. Hoe dichter je bij de watervallen komt, hoe meer de boot zijn naam eer aan doet want je wordt werkelijk drijfnat van het vallende en opstuivende water. We hebben dan ook gemerkt dat het helemaal niet zo slim is om heel fanatiek bovenop de boot het meest begeerde plekje vooraan in te pikken. Je camera wordt daar net zo nat als jijzelf en de kans dat je je lens een beetje druppelvrij houdt is echt nul. Als je beneden achterop het dek gaat staan ben je wat dat betreft beter af: de boot draait genoeg om de hele ervaring mee te pakken en je kunt een stap naar binnen doen om je lens zo nu en dan even schoon/droog te poetsen. Ga je voor de waterervaring dan moet je natuurlijk wel boven gaan staan, want water zul je voelen. De boten gaan ieder kwartier zo'n beetje en het tochtje van zo'n dertig minuten is de 13,50 dollar pp meer dan waard. Wij hadden ook nog eens het geluk om een prachtige dag te treffen in het naseizoen, dus tijd en ruimte genoeg om prachtige foto's te maken:


Always looking up


Het komt eigenlijk nauwelijks voor dat ik een boek bewust wegleg met de bedoeling het niet verder te lezen. Het komt weleens voor dat ik afgeleid word door een ander boek en dat een boek blijft liggen met een kaartje ergens halverwege het boek. Het is dan nog steeds wel mijn bedoeling om het ooit uit te lezen, maar over het algemeen komt dat er dan niet meer van. Always looking up van Michael J. Fox belandde in de zeldzame eerste categorie. Ik ben tot bladzijde 78 gekomen, en realiseerde me toen dat ik echt geen zin meer had om door te lezen. Toen ik het kocht had ik wel zin in een fijn en optimistisch boek. Het is immers niet niks om in een ijdele wereld als de entertaiment geconfronteerd te worden met Parkinson en ik bewonder hoe hij hiermee naar buiten getreden is. Ik had graag gelezen over de kracht en inspiratie die hem ertoe brengt om elke dag zijn bed uit te komen en zijn bijdrage te leveren. Always looking up gaat inderdaad over zijn bijdrage aan het onderzoek naar de ziekte, maar de inspiratie is ver te zoeken. Voor mij zijn het vooral neuzelverhaaltjes over zijn toch wel financieel bevoorrechte bestaan en die boeien me echt niet zo. Hij heeft vooraan gestaan bij de Tour de France omdat hij Lance Armstrong kent, tja. Hij heeft langere tijd in een villa in Frankrijk doorgebracht, het zal wel. Nergens komt het echt verder dan de oppervlakte en dat is jammer. Ik vermoed namelijk nog steeds dat Michael J. Fox wel degelijk een inspirerend persoon is. Misschien dat dit verderop in het boek aan bod komt, of schrijft hij nog eens een boek waarin het beter uit de verf komt. Always looking up verdwijnt hier in ieder geval in de kast, dus ik zal het niet weten.

maandag 26 september 2011

FreshBerry


Terwijl in Nederland het yoghurtijs nog geen erg hoge vlucht lijkt te nemen, kom je in Amerika inmiddels op elke straathoek wel een Frozen Yogurt Cafe tegen. Ik ben er wel fan van, maar concurrentie maakt ook kritisch. Werd ik nog helemaal gelukkig toen ik voor het eerst bij een Pinkberry was, inmiddels is er wel meer voor nodig om indruk op me te maken. Een exacte kopie van Pinkberry doet dat in ieder geval niet, en dat is eigenlijk precies wat FreshBerry is. De keuze in ijs is nagenoeg gelijk, evenals de toppings en, helaas, ook de prijs. Voor een bakje FreshBerry zoals hierboven afgebeeld betaal je niet minder dan 6 dollar. Ik was zoals gezegd niet heel erg onder de indruk, al was het zeker wel lekker. De Frozen Yogurt Cafes zullen erg goed hun best moeten gaan doen, want niemand neemt meer genoegen met gewoon 'lekker'. We gaan nu actief op zoek naar superlekker, origineel en betaalbaar. Voor tips hou ik me aanbevolen.

Fordson


Faith - Fasting - Football: dat is waar de documentaire Fordson ons graag iets over wil vertellen. Centraal staan een aantal Islamitische jongeren die wonen in het stadje Dearborn, Michigan. In Dearborn wonen bovengemiddeld veel mensen van Arabische afkomst, waarvan er ook nog eens bovengemiddeld veel naar de Highschool gaan waarvan Fordson het football team is. Het overgrote deel van het football team is dan ook Islamitisch. Het gevolg is dat er voor een wedstrijd niet uit de bijbel gelezen wordt, maar uit de koran en dat er tijdens Ramadan gevast wordt door praktisch het hele team. Genoeg ingrediënten om een beeld te schetsen van de plaats die moslims innemen in een post 9/11 Amerika. Een Amerika vol angst en vooroordelen zou je zo denken. Die vooroordelen blijken vooral bij mij te zitten, want al wordt er in de film wel buitensporig gereageerd door de autoriteiten wanneer twee jongens in Ohio een groot aantal mobiele telefoons aanschaffen met als enige doel een extra zakcent te verdienen, echt kritisch wordt het nergens. Misschien dat de documentairemaker het niet wil laten zien, of misschien ben ik inderdaad bevooroordeeld en gaan wij hier in Nederland moeizamer om met moslims in de maatschappij dan men in Amerika over het algemeen doet. Want ondanks dat er natuurlijk een over de top naar racistisch stukje afkomstig van FOX in de documentaire zat, zag ik toch vooral jongeren die werkten aan hun toekomst en een heel aardige balans hadden gevonden in de trots voor hun land en de trots voor hun geloof. Neemt niet weg dat ik nog steeds niet helemaal geloof dat het allemaal zo simpel is, maar het beeld wat geschetst wordt is prettig en dat is ook wat waard.

Contagion


De meeste films over rampen en dergelijken liggen zo ver van de realiteit af dat ik er gemakkelijk naar kan kijken zonder een onderbuikgevoel te krijgen. De wereld vergaat zomaar niet, en zeker niet door een grote vloedgolf of door de komst van vijandige aliens. Zelfs een epidemie zag ik over het algemeen niet als een reëel gevaar. Tot Contagion. Deze film laat pijnlijk goed zien wat een naderende ramp doet met mensen: hoe ze hun familie willen beschermen, welke rol geld speelt, maar ook hoe mensen zich op kunnen offeren voor een hoger doel. Ook de macht die de media heeft in dergelijke situaties krijgt een belangrijke plaats in deze film. Contagion laat één van de grootste nachtmerries van de mensheid zien: de opkomst en razendsnelle verspreiding van dat ene virus waar we geen verweer tegen hebben. Ik weet niet of ik het nou een hele goed film vond of niet. Wat ik wel weet is dat ik al dagen niet zomaar iets beet pak in de openbare ruimte, of iemand kan zien hoesten, zonder even te denken aan de film. Hij blijft ergens hangen en niet op een heel prettige manier. Ik denk dat dit een compliment is.

zondag 25 september 2011

John Hancock Center


Zoals in New York de strijd om het mooiste uitzicht gevoerd wordt door het Empire State Building en het Rockefeller Center, zo heeft Chicago de Willis Tower (voorheen Sears Tower) en het John Hancock Center. Het John Hancock Center is 344 meter hoog en stamt uit 1969. Van buiten is het een donker gebouw, met veel staal en donker glas. Indrukwekkend door de hoogte, maar mooi is anders. De plaats die het inneemt in de skyline vind ik wel mooi, vooral in combinatie met de hogere Willis Tower. Een fijne manier om het uitzicht vanaf de Hancock te zien is al dinerend in de Signature Room op de 95e verdieping, maar dit is prijzig en je moet hiervoor beslist reserveren. Een nog betere optie is dan de Signature Lounge op de 96e verdieping. Met een beetje geluk heb je een plekje aan het raam en kijk je al drinkend van je cocktail naar de ondergaande zon boven Chicago. Wel op tijd gaan, want anders zie je deze zonsondergang al staande in de rij, terwijl anderen de cocktails drinken. De toegang tot de Signature Lounge is gratis, maar de drankjes zijn dat zeker niet.

Robots & Hamsters

Robots vernietigen de wereld, een KIA komt aanrijden met een aantal uit de kluiten gewassen hamsters, zij gaan dansen, robots gaan meedansen, iedereen blij, en uiteindelijk kopen we een KIA? Ik zeg echt niet dat elke commercial een uitgesproken boodschap moet hebben of perse heel dicht bij het produkt moet blijven, maar dit slaat voor mij toch echt nergens op. De eerste keer dat ik dit filmpje zag, op groot scherm ook meteen in een bioscoop, zat ik echt te kijken met een combinatie van verwarring en verbijstering. Wat hier het punt in is ontgaat me echt volledig. Maar goed, op YouTube is de commercial inmiddels 4,5 miljoen keer bekeken en mensen schijnen het leuk te vinden. Het zal aan mij liggen.

zaterdag 3 september 2011

Look me in the eye

Terwijl we tegenwoordig kinderen bij de minste of geringste afwijking van de zogenaamde standaard al een diagnose plus een etiket meegeven, kwamen we zo'n dertig jaar geleden niet veel verder dan dat kinderen in sommige gevallen als raar werden bestempeld. Zo kon het ook gebeuren dat John Robison pas op zijn veertigste de diagnose Asperger te horen kreeg, nadat hij al jaren op zoek was geweest naar de reden voor zijn anders voelen. Dit was het moment dat er eindelijk heel veel puzzle stukjes op zijn plek vielen. Hij schreef hierover het indrukwekkende Look me in the eye, het verhaal van Robisons leven tot dan toe. En wat voor leven. Het begint met een lastige jeugd in een problematisch gezin. Hij doet wel zijn best om zich aan te passen aan zijn omgeving, maar normale dingen zoals het maken van vrienden gaat hem maar moeizaam af. School wordt ook geen succes en zodra het kan pakt hij zijn spullen en gaat weg. Zijn omzwervingen brengen hem overal en nergens. Als hij echt in contact met zijn talenten komt, brengt hem dat op gegeven moment zelfs op tour met Kiss als de man van de special effects. De kracht van het boek is niet dat het over iemand met Asperger gaat, maar dat het door iemand met Asperger geschreven is. John schrijft zoals hij is, met de beperkingen en wonderlijkheden die Asperger met zich meebrengt. Zo vertelt hij vrij uitgebreid over technische zaken, zoals het sleutelen aan auto's. Dit is iets waar hij in uitblinkt en waar hij helemaal in op kan gaan. Aan de andere kant vertelt hij vrij emotieloos en tussen neus en lippen door dat zijn eerste huwelijk stukgelopen is ergens in de loop van de tijd. Het zou heel normaal zijn om dat even uit te leggen, maar dit gebeurt maar heel sumier. Juist deze afwijkende insteek maakt het boek heel bijzonder en geeft het een speciale dimensie. Het boek verdient het om zorgvuldig gelezen te worden, de meerwaarde zit in dingen die niet of nauwelijks benoemd worden. Een bijzonder boek van een bijzonder iemand. Voor wie na het boek nog een ander perspectief op het verhaal wil is er nog het boek Running with Scissors van Augusten Burroughs, de jongere broer van Robison.