www.flickr.com

vrijdag 24 september 2010

Harvard University


Als er één universiteit is die tot de verbeelding spreekt dan is het wel Harvard University in Cambridge. Alleen de slimste en best bedeelde studenten komen daar terecht en er wordt dan ook met trots over gesproken door deze lucky few. Het is sowieso in Amerika veel belangrijker aan welke universiteit je studeert dan in Nederland. Dit komt enerzijds doordat de verschillen in kwaliteit tussen de verschillende instellingen veel groter zijn dan in Nederland, anderzijds doordat Amerika veel meer een cultuur kent van presteren en hier trots op zijn. Ik krijg er geen warme gevoelens bij dat ik aan dezelfde universiteit heb gestudeerd als Balkenende, het is toeval, meer niet. Ook van de VU zelf word ik niet erg warm, hoe zeer ik het hier ook naar mijn zin heb gehad. Toch vind ik dat weleens jammer. Het gevoel dat bij het studeren aan Harvard hoort, dat kennen we hier niet. Reden genoeg om er heen te gaan en wat van die sfeer te proeven. Het Harvard terrein is toegankelijk voor iedereen en ademt een en al traditie. Het heeft een hoog Rory Gilmore gehalte: seizoenen lang zagen we haar immers dromen over Harvard in The Gilmore Girls en als je er loopt voel je bijna haar (natuurlijk fictieve) aanwezigheid. Het heeft alles wat je ervan verwacht: de prachtige gebouwen, de studenten die met hun laptops op grasveldjes bij elkaar zitten, en.. de acapellazang. Terwijl wij rustig over het terrein wandelden werden we spontaan getrakteerd op een miniconcert van een groepje studenten dat samen acapella zong. Het was geweldig amusant en op een zeer hoog niveau. De liedjes bleven daarna nog dagen in mijn hoofd hangen. De sfeer rond Harvard is energiek en inspirerend, als je hier gevoelig voor bent natuurlijk. Cambridge als stad op zich is ook erg de moeite waard. Het ligt op een steenworp afstand van Boston en is gemakkelijk per metro bereikbaar. Zoals je kunt verwachten in een studentenstad zijn er talloze leuke plaatsen om koffie te drinken en is er een aantal goede boekwinkels. Vooral The Harvard Coop is een bezoek waard: het is een prachtige, stijlvolle, lekker grote boekwinkel waar je zo'n beetje alles kunt vinden. We hebben daar zeker een uur rondgedwaald en natuurlijk de nodige aankopen gedaan. Koffie dronken we bij Peet's Coffee & Tea op Harvard Square, ijskoffie om precies te zijn die minstens zo lekker was als de frappuchino van Starbucks. Voor mensen die niet van koffie en/of thee houden is Peet's wellicht minder geslaagd: ze verkopen verder geen frisdrank, alleen verse lemonade. Die is dan wel weer erg lekker, dat moet gezegd. Het was al met al reuze ontspannend om een middag door Cambridge te wandelen. Het Harvard terrein was imposant, de stad mooi en rustig en de terrasjes zonnig en ontspannen. Studeren zal ik er nooit, maar het was leuk om er iets van mee te maken.

donderdag 23 september 2010

Going the distance


Drew Barrymore en Justin Long spelen Erin en Garrett, twee jonge Amerikanen die elkaar tegenkomen in New York. Erin is een laatbloeier uit San Francisco die haar droom na jaagt om journalist te worden. Om dit te bereiken loopt ze een zomer lang stage bij een krant in New York. Garrett woont in New York en werkt in de muziekindustrie. Ze worden verliefd, ook al weten ze dat hun samenzijn na die zes weken zomer op zal houden. Als Erin terug gaat naar San Francisco proberen ze een tijdje een relatie op afstand vol te houden, totdat ze uiteindelijk keuzes moeten maken. Dit is niet het verhaal in een notendop, dit is alles. Het zou zomaar een situatie in je directe omgeving kunnen zijn: leuk om mee te maken, maar bij lange na niet interessant genoeg om er een hele film van te maken. Een dusdanig dun verhaallijntje zou genoeg kunnen zijn als het aangevuld zou worden door goede humor, of door scherpe dialogen. Dit is in Going the distance niet het geval. Het enige waar de film nog enigszins door gered wordt is de chemie tussen de hoofdrolspelers, die op het moment van filmen privé nog in een aan/uit relatie met elkaar zaten. Maar over het algemeen genomen was het mager, heel mager.

Georges Island

Georges Island is één van de Boston Harbour Islands, een National Park dat bestaat uit 34 eilanden voor de kust van Boston. Voor 14 dollar per persoon heb je een retourtje per ferry vanuit Long Warf, Boston. Het is ongeveer een half uurtje varen naar Georges Island, met een tussenstop op Spectacle Island, één van de andere eilanden. Volgens de ranger is het 7.3 mijl van de haven naar het eiland, iets wat ik op haar woord maar geloof. Op het water verlies ik altijd ieder gevoel van afstand. Alleen de tocht er naar toe is al de moeite waard: naast het prachtige zicht op de skyline van Boston verandert het uitzicht constant door de verschillende eilanden waar je langs vaart. Aangekomen op het eiland zie je direct hetgeen waar dit eiland het bekendst om is: Fort Warren. Dit fort werd in de negentiende eeuw gebouwd ter bescherming van de kustlijn. Tijdens de burgeroorlog deed het dienst als gevangenis, tijdens WOII moest het Boston tegen een eventuele aanval beschermen. Vanaf 1947 werd het toegankelijk voor het publiek. Toen we aankwamen werden we direct uitgenodigd mee te gaan met een rondleiding, gratis gegeven door een ranger. We hadden gelukkig voordat dit begon even tijd om te eten en om in het Visitors Centre/museum rond te kijken. Het eiland bevat een gloednieuw museum dat de geschiedenis van het eiland vertelt. Je bent er met tien minuten doorheen, maar het ziet er goed uit allemaal. De tour die de ranger vervolgens gaf was leuk, informatief en niet te lang of te gedetailleerd. Eén van de leukere wetenswaardigheden was dat er op het eiland scenes opgenomen waren voor Shutter Island, de film met Leonardo di Caprio van begin dit jaar, al was de meerderheid van de echte eilandscenes voor die film opgenomen op het nabijgelegen Peddocks Island. De bergen die je in de film ziet zijn overigens op geen van beide eilanden aanwezig, die zijn gefotoshopt. Bij het kopen van het kaartje voor de ferry moest je ook een tijd aangeven waarop je terug zou gaan. De verkoopster raadde aan ongeveer twee uur voor het eiland uit te trekken. Dat leek me op dat moment wat aan de korte kant, maar tenzij je nog uitgebreid wil wandelen en/of picknicken bleek het lang genoeg. Na nog even het water gevoeld te hebben (koud) en van de zon genoten te hebben (warm) namen we de ferry terug naar Boston. Na de ultieme rust van het eiland was het ook weer lekker om terug te komen in de drukte van de stad. Georges Island, als je wat langer in Boston bent en je hebt mooi weer: doen.





Johnny Rockets


Als we in Amerika zijn slaan we de echte fastfood meestal over. McDonalds en soortgelijke ketens zijn immers overal hetzelfde en voegen weinig toe aan de vakantie-ervaring. Leuker is het om naar restaurants te gaan die we hier niet hebben, al is het niet de bedoeling om elke dag duur en chique te dineren. Laat Amerika nou een heel scala aan eetgelegenheden hebben die te plaatsen is tussen de fastfoodketens en de restaurants zoals we ze hier kennen. Johnny Rockets is zo'n restaurant. Er staan burgers in allerlei vormen op de kaart evenals andere broodjes en frietvarianten, maar je wordt wel aan tafel bediend. De sfeer van Johnny Rockets is die van ouderwets Amerika, zoals we het kennen uit de serie Happy Days. Het interieur bestaat uit rode bankjes en witte tafels met op iedere tafel een mini-jukebox. De bediening draagt witte schorten en ouderwetse witte petjes. Als je geluk hebt dan kom je op een moment dat de voltallige crew midden in het restaurant een jaren '50 liedje plus dansje opvoert, maar dit heb ik pas twee keer gezien en alleen in Los Angeles. Het eten is weliswaar wat duurder dan bij de McDonalds, maar er zit dan ook aanzienlijk meer smaak aan. De milkshakes zijn echt briljant, en al bijna een maaltijd op zichzelf. Natuurlijk moest ik de beroemde cheesefries ook een keer proberen, maar die had ik na een paar zeer vette happen wel gezien. Een hele nieuwe ervaring was dit jaar de zogenaamde Fanta Float: bollen vanilleijs in Fantalimonade. Het ziet er net zo onsmakelijk uit als het klinkt, maar het was op zich best lekker. Het vulde echter ook weer enorm. Toen ik halverwege was kwam de serveerster de Fanta nog eens bijvullen, wat het aangezicht van het drankje niet beter maakte, maar wat de verhouding ijs-Fanta wel enigszins in balans bracht. Het bleef natuurlijk zoete bende, en ik heb de bodem van het glas niet gehaald. De bediening is over het algemeen prima, al bevestigen uitzonderingen natuurlijk weer de regel. In Union Station in Washington wilden we om 3 minuten over half 11 ontbijten, maar kregen dit niet voor elkaar omdat ze om half 11 stopten met ontbijt serveren. De resolute toon waarop dit medegedeeld werd deed ons besluiten deze locatie van de retaurantketen niet meer aan te doen. Maar toch, al doen de foto's hieronder wellicht anders vermoeden, voor ons geen vakantie zonder een bezoekje aan Johnny Rockets.

De Fanta Float, Georgetown, Washington DC, september 2010



Mini chili hotdogs, Georgetown, Washington DC, september 2010



Cheesefries, Hollywood, maart 2007



Een goed gevulde hotdog, Hollywood, december 2009

The Ghost Writer


The Ghost Writer van regisseur Roman Polanski vertelt het verhaal van een Britse schrijver die als 'ghost' de biografie van de voormalig Britse premier Adam Lang (Pierce Brosnan) gaat schrijven. Het is een project dat hij overneemt van een andere schrijver, die door een ongeluk om het leven is gekomen. De schrijver (Ewan McGregor), die in de film niet bij naam genoemd wordt, vertrekt hiervoor naar een eiland voor de Amerikaanse oostkust waar de familie Lang verblijft. Terwijl er gewerkt wordt aan het boek wordt Lang ervan beschuldigd illegaal terroristen te hebben opgepakt en deze te hebben overgeleverd aan de CIA die de gevangenen zou hebben gemarteld. Hierdoor komt het hele schrijfproject in een andere dynamiek terecht en komen er steeds meer verontrustende feiten boven tafel. The Ghost Writer is een spannende en donkere film die langzaam op gang komt, maar je uiteindelijk wel meesleept. Ik zag de film in het vliegtuig, zeker niet de ideale omgeving voor een film met veel nuances en een zich langzaam ontvouwend plot. Hij is meer geschikt voor op de bank tijdens een donkere regenachtige herfstavond, dan zal hij ongetwijfeld beter tot zijn recht komen. Ik voel echter niet de neiging om dit te proberen; één keer zien was wat mij betreft afdoende.

woensdag 22 september 2010

Newbury Street

De Rodeo Drive van Boston, zo wordt Newbury Street wel omschreven in reisboeken. Voor een straat die begint met een Hennes & Maurits en eindigt met een Best Buy vind ik dit wat te veel eer, maar dat maakt deze winkelstraat niet minder leuk. Om te beginnen is het als Europeaan al fijn om een echte winkelstraat te vinden in een Amerikaanse stad. Dat valt namelijk niet altijd mee, de steden in Amerika hebben een andere opbouw dan de gemiddelde Europese. De 'zoek naar de kerk dan vind je vanzelf de winkels'-strategie werkt in Amerika eigenlijk nooit. Winkelcentra bevinden zich vaak niet in het centrum van de stad, maar juist daarbuiten. In een land dat volledig ingesteld is op het vervoer per auto zijn deze winkelcentra niet altijd even gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer. Bovendien maken deze 'malls' wel indruk door hun grootsheid, maar van charme is niet echt sprake. Des te leuker is het dus om in een straat als Newbury Street terecht te komen, de meest charmante winkelstraat in Boston, vol met salons, kledingwinkels en galeries. Zowel ketens als onafhankelijke winkels bevinden zich hier en de bouwstijl van de straat maakt dat het schreeuwerige dat veel winkelstraten kenmerkt hier achterwege blijft. Zelfs de Starbucks, een keten die zich kenmerkt door snelheid, drukte en weinig zitplaatsen, is hier relaxed. We hebben heerlijk in de zon gezeten op loungebanken op het bijbehorende terras van de zaak. Verder mag je Trident Booksellers & cafe niet overslaan, evenmin als Newbury Comics. Ook Urban Outfitters bevindt zich hier, een winkel die nog niet in Nederland te vinden is en fijne, originele kleding verkoopt. Newbury Street loopt evenwijdig aan Commonwealth Avenue en is een zijstraat van Arlington Street. Als je in Boston bent is het echt de moeite waard om hier doorheen te wandelen.

Whalewatching

Als je op de juiste plaats op het juiste moment bent is het gelukkig op veel plaatsen nog mogelijk om walvissen te zien tijdens hun trek naar het noorden, danwel zuiden. De eerste keer dat wij hier een poging toe ondernamen was in 2007 in San Diego, Californië. We zaten toen op de rand van het seizoen en het lukte de kapitein niet om in de buurt van walvissen te komen. Na vier uur op de oceaan gedobberd te hebben zagen we niet meer dan een extreem grote kwal en een hoop groen aangelopen scholieren. De schoolklas die zich met ons op de boot bevond was blijkbaar slecht voorbereid op de oceaangolfslag en menig maag draaide zich om. We kregen een voucher die niet zou verlopen om het op een later tijdstip nog eens te proberen, maar we zijn sindsdien niet meer in San Diego geweest dus dat is er op die plek niet van gekomen. In Boston hadden we meer geluk: zowel in 2008 als dit jaar vielen we in de prijzen. Beide keren gingen we in september, blijkbaar een goed moment om op die plek de walvissentrek te kunnen zien. Vanuit Boston duurde het ongeveer anderhalf uur voordat we op de plek van bestemming waren aangekomen. Gelukkig was het niet druk op de boot, zodat iedereen goed aan de reling kon staan. Het is een onbeschrijfelijk mooi gezicht om walvissen in de natuur te zien zwemmen. Ze zijn meestal met meerderen bij elkaar en vooral het onder water gaan maakt de nodige indruk. We hebben er dit jaar ruim twintig mogen zien, een machtig mooi gezicht! Wind en golven maken op zo'n moment niet uit, al is het wel verstandig om een jas en een pilletje tegen zeeziekte mee te nemen. Tenzij je natuurlijk echte zeebenen hebt, maar vergis je niet in de golven: als je langzaam vaart of bijna stil ligt met de boot gaat het flink heen en weer. Als je eenmaal misselijk bent wordt het een barre tocht want je bent zo een twee drie nog niet op de wal. Waar we de volgende keer gaan weet ik niet, maar dat we nog een keer gaan is zeker: whalewatching is echt een aanrader.



maandag 20 september 2010

Scott Pilgrim vs. the World


Scott Pilgrim vs. the world is gebaseerd op de zesdelige comicbook reeks Scott Pilgrim van Bryan Lee O'Malley, waarvan de delen verschenen tussen 2004 en juli 2010. Scott is een 23-jarige Canadese jongen die speelt in een band en verliefd wordt op Ramona. Om met haar te kunnen zijn moet hij haar zeven kwade exen verslaan, een uitdaging die hij aangaat zonder dat hij zich dit echt goed beseft. In flitsende beelden zien we vervolgens hoe Scott het ene na het andere stripboekachtige figuur verslaat in bizarre duels. Een nadeel van verhalen die voor een dergelijke vastomlijnde structuur kiezen is dat deze de overhand kan krijgen. Je weet als kijker bij ex nummer zoveel hoever je bent in het verhaal en hoeveel er dus nog komen. Mij persoonlijk verveelt dit en ik ga als het verhaal niet boeiender wordt dan dat al snel af zitten te tellen. Gelukkig had Scott Pilgrim wel iets meer te bieden. De stijl bleef dicht bij die van een comicbook wat de film zeker grappig en origineel maakte. Of Michael Cera de juiste keuze was voor de hoofdrol is zeer de vraag. Cera is bekend om zijn ietwat klungelige, maar aandoenlijke rollen en zet als Scott een vergelijkbaar type neer. Hier kwam veel kritiek op van fans, al was de pers hier over het algemeen wel positief over. Of dit de reden is dat de film vooralsnog tegenvallende resultaten boekt valt niet te zeggen. Tijdens het openingsweekend moest hij concurreren met The Expendables en met Eat Pray Love, en bracht in ieder geval veruit het minst op van de drie. In Nederland is Scott Pilgrim vs. the world nog niet uitgebracht. Hier moeten we nog wachten tot januari.

Dinner for Smucks


Tim Conrad (Paul Rudd) wordt door zijn baas uitgenodigd voor een 'Dinner for winners', een etentje waarbij iedere gast een bijzonder iemand meeneemt. Hij komt er al snel achter dat het meer een diner voor idioten is. Het is namelijk de bedoeling om een zo excentriek mogelijk iemand mee te nemen, waar de overige gasten dan om kunnen lachen. Hoe excentrieker hoe beter, want de meest excentrieke gast wint. In eerste instantie voelt Conrad hier helemaal niets voor, tot hij per toeval Barry Speck (Steve Carell) ontmoet. Barry werkt bij de belastingdienst en heeft als hobby het opzetten van muizen. Hij haalt geplette muizen van de straat, herstelt ze en maakt er kleertjes en attributen voor. De ideale kandidaat dus voor het 'Dinner for winners'. Vanaf het moment dat Barry in Tims leven komt gaat er van alles mis: Barry lijkt het ongeluk met zich mee te dragen in alles wat hij doet. Elke goed bedoelde actie van Barry lijkt te ontaarden in chaos. Het is hierdoor een film geworden met een behoorlijk hoog slapstick gehalte, maar gelukkig wel op een leuke manier. De combinatie van Paul Rudd en Steve Carell werkt, zoals die al eerder werkte in onder andere The 40 year old virgin. Het is geen briljante film, maar wel eentje om lekker hardop om te lachen. Alleen dat maakt de film al de moeite waard. De boodschap is natuurlijk suikerzoet, maar wordt ook even snel met humor weer weggewuifd. Steve Carell is zeer aandoenlijk als de vreemde, maar lieve Barry. In dergelijke rollen is Carell toch op zijn best. Dinner for Schmucks is een fijne film die je met een goed gevoel de bioscoop doet verlaten.

dinsdag 24 augustus 2010

People Magazine for iPad


Het afgelopen jaar hebben de E-readers een hoge vlucht genomen. Steeds meer boeken worden digitaal gelezen en de verkoop van E-readers en boeken in digitale vorm heeft online-winkels geen windeieren gelegd. De komst van de iPad heeft de mogelijkheden in dit opzicht in hoog tempo uitgebreid. Het scherm van de iPad is immers prachtig, de opslagcapaciteit enorm en de gebruiksvriendelijkheid top. Vooral kranten en magazines lenen zich enorm goed om digitaal uit te geven in een formaat geschikt voor iPad. De kunst hierbij is om niet slechts het magazine over te nemen, maar van alle mogelijkheden gebruik te maken die het medium biedt. Tot nu toe is er geen blad die dit beter begrepen heeft dan het Amerikaanse People Magazine. Via hun eigen, gratis te downloaden, app kun je sinds 19 augustus elk nummer digitaal downloaden voor 2,99 per aflevering. Je krijgt hiervoor de digitale versie van de People, die geplaatst wordt in je digitale bibliotheek. Deze People komt volledig overeen met de papieren versie, maar heeft speciaal voor de iPad extra's. Je kunt bijvoorbeeld op foto's tappen voor vergrotingen, extra foto's of quotes. Ook kun je links aanklikken voor het laatste nieuws over de sterren, je wordt dan geleid naar de People webpagina. Briljant zijn natuurlijk de opties bij de recensies waarbij je een geluidsfragment kunt beluisteren van de besproken cd, of direct door kan klikken naar iTunes, waar je het album tegen betaling kunt downloaden. Ook de boekrecensies bevatten links waarmee je de besproken boeken direct online kunt aanschaffen. Het scheelt een paar bomen zo'n digitale People en het leest net zo prettig als de papieren versie. Hopelijk volgen veel tijdschriften dit voorbeeld. Het enige jammere aan deze People is dat je hem niet mee in bad kunt nemen, maar dat nemen we dan maar voor lief.

99 Filmklassiekers voor mensen met haast


Elk goed verhaal is in een aantal zinnen samen te vatten, dat bewijst 99 Filmklassiekers voor mensen met haast maar weer. In dit boek worden 99 overbekende films, van die films die je volgens velen gezien moet hebben, na verteld in ieder vier panelen. De illustraties hierbij zijn van Henrik Lange, de tekst is van Thomas Wengelewski. Het is vooral een heel geestig boek, waarin het soms pijnlijk duidelijk wordt hoe dun een verhaallijn van een echte klassieker soms eigenlijk is. Het leest uiteraard als een trein, en is mede hierdoor erg geschikt als cadeauboek. Niet elke film wordt even veel recht gedaan door de schrijvers, maar daar gaat het dus niet om. Het is grappig, vooral als je in de stemming bent voor een fijne dosis cynisme.

Zo ziet Wengelewski de film Jaws:


(even op klikken om hem leesbaar te krijgen)

Last Chance to See


Douglas Adams en Mark Carwardine maakten samen in de jaren '80 een wereldwijde expeditie waarin ze op zoek gingen naar bepaalde uitstervende diersoorten. Stephen Fry maakte deze reis samen met Mark Carwardine ruim 20 jaar later opnieuw, in de voetstappen van hun inmiddels overleden vriend Douglas. Samen zochten ze naar dezelfde diersoorten die ze eerder hadden bezocht. In de prachtige BBC-serie die er gemaakt is over deze reis zien we onder andere de aye-aye, de kakapo en de noordelijke witte neushoorn. De serie is jaloersmakend: de mannen komen op plaatsen waar je normaliter niet komt en zien dieren die je normaliter niet ziet. Het levert waanzinnige beelden op, die begeleid worden door de superlatieven van de altijd beleefde en beschaafde Stephen Fry. De chemie tussen Fry en Carwardine geeft een extra dimensie, geen humor zo droog als de Britse. Voor iedereen die houdt van series als Planet Earth en Life is Last Chance to See een echte must. Het zijn zes prachtige afleveringen en je weet meteen weer waarvoor je een Blu-ray speler kocht.

donderdag 19 augustus 2010

iBubble voor iPad


Geen verslavender genre spelletjes dan het blokjes-draaien balletjes-schieten genre. Vooral onder vrouwen is dit type spel ongelofelijk populair, kijk alleen al naar het aantal vrouwen dat Bejeweled speelt op Facebook. Eerder schreef ik al over Jewel Quest, een PC-game van Denda waar niet alleen ik, maar ook mijn moeder zich uren mee heeft vermaakt. Blokjes draaien om setjes van drie of meer te maken, dat is eigenlijk alles wat je daar doet. Op mijn iPod Touch vond ik iBubble, een spel waarbij je gekleurde balletjes afschiet richting andere gekleurde balletjes. Het is even simpel als briljant en als je eenmaal begint ben je zo nog niet gestopt. Het is tijdrovend en dient geen enkel doel, behalve dan dat het ontspant. Al valt dit laatste soms ook nog te bezien, want als het niet lukt of als je niet snel genoeg de juiste kleur balletjes krijgt, heeft dit zeker de nodige agressieve neigingen tot gevolg. Ook de fase van iBubble ging gelukkig weer voorbij. Ik baalde van de tijd die het me kostte en kreeg ook steeds meer last van mijn pols, dus nam ik er enigszins met een bezwaard gevoel afscheid van. Toen wist ik niet dat het tijdelijk zou zijn, want terwijl ik mijn nieuwe iPad aan het inrichten was kon ik het toch niet laten: ik installeerde iBubble for iPad. Deze keer heb ik echter meteen de belofte aan mezelf gedaan me in te houden. Het ziet er naar uit dat het niet heel erg moeilijk wordt om me aan deze belofte te houden, want deze iBubble is vooralsnog niet zo verslavend als de iTouch versie. De balletjes zijn lomp en grof en de besturing is traag. Het blijft echter een briljant spel. Ter ontspanning dus, meer niet.

zondag 15 augustus 2010

Salt


Als je regelmatig naar de bioscoop gaat dan kan het je niet ontgaan zijn dat er een nieuwe film is met Angelina Jolie. Salt wordt breed gepromoot als een must see, en voor ons werd het de film van deze zondag. Angelina Jolie speelt CIA agent Evelyn Salt, die direct aan het begin van de film ervan beschuldigd wordt een Russische spion te zijn. Wat vervolgens ontstaat is een spectaculaire achtervolgingsfilm waarbij constant de vraag is wie Evelyn Salt nu eigenlijk is en hoe ze geworden is wie ze is. De nadruk ligt op actie, heel veel actie. Afgezien van een paar flash backs aan haar huwelijk, zien we weinig van de persoon achter de CIA agent. De film moet het dus vooral hebben van een rennende, vechtende en schietende Angelina Jolie en daar hou je van of niet. De plotwendingen zijn weinig verrassend, en eigenlijk na het zien van de trailer al in te vullen. Echt teleurstellend is het slot, zowel filmisch als verhaaltechnisch een gemiste kans. De film brengt eigenlijk precies wat de trailer belooft: veel actie met een Angelina Jolie die het genre nog lang niet verleerd is. En eerlijk is eerlijk, ik heb me er uitstekend mee vermaakt.

De vliegenierster van Kazbek


Op 8 april kwam de Nederlands-Georgische productie De vliegenierster van Kazbek in de bioscoop, een film van Ineke Smits met een scenario van Arthur Japin. Het werd geen kaskraker, maar gezien het karakter van de film was dat misschien ook niet helemaal voor de hand liggend. De vliegenierster van Kazbek is namelijk geen doorsnee oorlogsfilm. Het verhaal speelt zich af op Texel, in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Naast de bezetting van de Duitsers krijgt het eiland te maken met een groep Georgiërs die aan de zijde van de Duitsers vechten. Zij besluiten in opstand te komen als ze horen dat de oorlog ten einde loopt en zorgen voor een bloedbad. Het is een relatief onbekend stukje oorlogsgeschiedenis, voor mij althans, wat op een mooie manier verteld wordt. De film draait echter om de Nederlandse Marie, prachtig neergezet door Madelief Blanken. Zij zet een wat verveelde, maar eigenzinnige boerendochter neer die zich, alhoewel ze verloofd is met de plaatselijke strandjutter, mee laat nemen in de wereld van de vreemde Georgiërs die het eiland bevolken. De grens tussen realiteit en droom wordt hierbij zo nu en dan overschreden, aangegeven door beeld- en/of geluidseffecten. Dit was in mijn eigen niet altijd even geslaagd. Ik vond het nogal afleiden, evenals de geluidseffecten in verschillende reguliere scènes. De film had het niet nodig; het verhaal, de manier van filmen en de prachtige beelden van het eiland Texel gaven op zichzelf al een sprookjesachtige sfeer. Deze schitterende achtergrond leverde een belangrijke bijdrage aan de film. De vliegenierster van Kazbek is een geslaagde film, maar wat mij betreft niet helemaal in balans. Wat blijft hangen is een indrukwekkende Madelief Blanken, en het voornemen eens naar Texel te gaan.

donderdag 12 augustus 2010

Life


Twee seizoenen kreeg de serie Life op de Amerikaanse zender NBC, 32 afleveringen in totaal. Toen was het alweer over. Dat is jammer, want Life had genoeg in zich om nog een aantal seizoenen te boeien. Helaas was de Amerikaanse kijker het daar niet mee eens en aangezien kijkcijfers bij dit soort series alles bepalend zijn werd Life na twee seizoenen niet verlengd. Life draait om detective Crews (Damian Lewis) die als de serie begint net twaalf jaar onschuldig in de gevangenis heeft gezeten. De moord waarvan hij beschuldigd werd is inmiddels nog steeds niet opgelost, en in plaats van te gaan genieten van de 50 miljoen(!)dollar schadevergoeding die hij heeft gekregen, gaat hij terug naar de LAPD. Naast zijn reguliere werk bij de afdeling moordzaken, start hij een eigen onderzoek naar de moorden waar hij voor opdraaide. De vader van zijn partner Dani (Sarah Shahi) lijkt ook betrokken te zijn, iets wat een extra laag spanning oplevert. Deze rode draad krijgt wel de nodige aandacht in iedere aflevering, maar dreigt soms toch wat complex te worden. Temeer omdat de gebeurtenissen uit het eerste seizoen niet herhaald of aangehaald worden, iets wat voor mensen die dit soort dingen niet allemaal onthouden het verhaal onnodig ingewikkeld maakt. Het kostte me zeker drie afleveringen in het tweede seizoen voordat ik weer op een rijtje had waar Crews precies mee bezig was en hoe het verhaal zich ontvouwde. Dat neemt niet weg dat het een intrigerend verhaal is, waar nog veel meer uitgehaald had kunnen worden. Crews heeft een donkere kant, die we weliswaar maar weinig zien, maar die de hoofdpersoon interessant en soms zelfs onheilspellend maakt. Je weet nooit helemaal wat hij denkt of wat hij gaat doen. Dit geldt ook voor Dani, met wie hij een buitengewoon goede chemie heeft. Life bevat wat mij betreft maar één echt slechte aflevering, iets wat ik geen slechte score vind voor een serie met twee uitgebreide seizoenen. Doordat er opeens een einde aan geschreven moest worden werd het slot helaas maar matig tot oke. Wellicht was de serie succesvoller geweest als ze dezelfde aandacht aan het overkoepelende verhaal hadden geschonken als in onderstaand filmpje gedaan is.Life draaide van september 2007 tot april 2009.

dinsdag 10 augustus 2010

Sweet Tooth: Out of the Deep Woods


In 2009 startte comicbook schrijver Jeff Lemire aan de reeks Sweet Tooth. Sweet Tooth speelt zich af in een post apocalyptische wereld. Een aantal jaren voordat het verhaal begint is de mensheid getroffen door een pandemie. De kinderen die na deze ramp geboren worden blijken hierdoor rare mix-vormen te zijn van mens en dier. Zo ook Gus, de hoofdpersoon. Gus is nog een kind en woont alleen met zijn vader diep in de bossen. Zijn vader probeert hem op deze manier te beschermen, want er wordt jacht gemaakt op kinderen zoals Gus. Op het moment dat zijn vader overlijdt weet Gus niet meer wat te doen. Als er iemand komt die zegt hem te zullen helpen, dan besluit hij deze persoon te vertrouwen en datgene te doen wat zijn vader hem altijd verboden had: het bos te verlaten. Het is een donker verhaal, iets wat versterkt wordt door de grove tekenstijl en de donkere kleuren. Zoals meerdere post apocalyptische verhalen die er de laatste tijd verschenen zijn, denk aan de BBC serie Survivors, is Sweet Tooth niet optimistisch of anderszins hoopgevend. De kijk op de mensheid is duister, en alleen voor onschuldige kinderen is er nog hoop lijkt het wel. Out of the Deep Woods bundelt de eerste vijf afleveringen van Sweet Tooth. Toch voelt het tot het einde van deze bundeling als een verhaal dat nog op gang moet komen. Pas op de laatste pagina, als het volgende deel wordt ingezet, heb ik het gevoel dat het verhaal vorm begint te krijgen. Als losse boekjes zal ik dit niet snel lezen, vooral omdat het eens per maand een klein stukje van het verhaal principe me niet ligt. Naar de volgende bundeling ben ik wel nieuwsgierig, al hoop ik wel dat het tempo dan iets omhoog gaat. In Captivity heet het tweede deel en zal verschijnen in het komende najaar.

zondag 1 augustus 2010

Knight and Day


Het is een tijdje stil geweest rond filmgigant Tom Cruise, vandaar dat zijn hoofdrol in de film Knight and Day ook wel aangekondigd wordt als de come-back van deze ster. Filmblad Preview ziet zelfs al mogelijkheden tot sequels, maar ik vrees dat dat toch werkelijk te optimistisch is. Knight and Day is namelijk niet zo goed. Sterker nog, hij is eigenlijk behoorlijk slecht. De verhaallijn is om te beginnen al weinig verrassend: June (Cameron Diaz) komt in aanraking met de gevaarlijke Roy Miller (Cruise), raakt verwikkeld in een FBI-complot waarbij alles draait om de uitvinding van een nieuwe energiebron, waarbij onduidelijk is wie de good guy is en wie niet. Drie keer raden wie de good guy is. Juist ja. Het gebrekkige verhaal is echter niet het enige probleem van deze film. Cameron Diaz is bijzonder slecht gecast voor de rol van June. De paniekerige gilletjes die ze aan de lopende band slaakt in de eerste helft van de film zijn irritant en ongeloofwaardig, de omslag die ze vervolgens maakt naar actiechick is te groot en zo mogelijk nog ongeloofwaardiger. Een jongere en onbekendere actrice was wellicht beter uit de verf gekomen. De actiescenes vond ik knullig, al had niet iedereen daar last van. Mij deden ze nep en dus behoorlijk ouderwets aan. Actiescenes moeten met de technische mogelijkheden van nu toch echt beter gedaan kunnen worden dan dit. De film werd enigszins gered door Cruise, die griezelig makkelijk een creepy figuur wegzette. Helaas bleef hij creepy, ook toen dat voor het verhaal niet meer aan de orde was. Het zal aan mij liggen. Er zaten wel wat leuke momenten in, maar over het algemeen genomen was het gewoon niet best. Om snel weer te vergeten dus.

Bioscoopreclame

Dat we voordat een film begint eerst wat reclame over ons heen krijgen, dat is een gegeven waar ik best mee kan leven. Zeker als je bedenkt dat het heel goed mogelijk is om filmpjes te maken die weliswaar een reclameuiting in zich dragen, maar die ook bijzonder leuk zijn om naar te kijken. Het is dan ook jammer dat bioscoopreclame over het algemeen vooral storend is. Met name het gebrek aan afwisseling in filmpjes maakt bioscoopreclame op den duur bijzonder irritant. Pathé kiest naar het lijkt liever voor lange termijn contracten, dan voor een wisselend aanbod. Dat de bezoeker maanden naar dezelfde reclame zit te kijken is vervolgens blijkbaar niet echt van belang. Zo kijken we nu al maandenlang naar het inmiddels tenenknijpende filmpje van Grolsch waarin JunkieXL dingen over Moke zegt als "ja tof, daar hou ik wel van, fans die hun eigen ding doen". De filmpjes van Bacardi stemmen zo mogelijk nog treuriger. Ook deze wisselen tergend weinig en weten bij mij geen enkele snaar te raken. Wat zou het leuk zijn als de reclamefilmpjes kwalitatief beter zouden zijn en vooral zouden verrassen, al is het alleen al door vaker te wisselen. Een bioscoopscherm is zo'n prachtig platform om je beelden op te vertonen en iedereen zit ook nog eens met meer aandacht te kijken dan bij welk medium ook. Genoeg kansen zou ik zeggen om hier wat leuks mee te doen, iets spraakmakends te maken waar mensen met plezier naar kijken. Voor degenen die het toch nog gemist hebben, hier genoemde filmpjes nog één keer:



The Catcher in the Rye


In welke Engelstalige boekwinkel ik ook lijk te komen de afgelopen jaren, altijd ligt er wel een stapeltje van het wereldberoemde The Catcher in the Rye prominent op een tafel. Toen vorig jaar schrijver J.D. Salinger overleed kreeg het boek uiteraard nog eens een extra aandachtboost. Het boek is dus nooit helemaal uit mijn systeem geraakt, al moet ik toegeven dat ik me er inhoudelijk niets meer van kon herinneren. Er zijn zoveel boeken die we eigenlijk te jong lezen, waarmee ik niet wil zeggen dat we niet moeten lezen tot een bepaalde leeftijd, maar je mist nog zoveel. Lezen kun je wat mij betreft nooit genoeg, maar het is jammer dat er zoveel boeken zijn die alleen in de middelbare schooltijd de revue passeren, op een moment dat je er eigenlijk maar een fractie echt uithaalt. Je referentiekader is dan nog zo klein, al wordt dat juist door het lezen misschien ook wel weer groter, wie weet. Het is in ieder geval ontzettend de moeite waard om bepaalde boeken te herlezen, iets wat ik onlangs heb gedaan met The Catcher in the Rye. Ik was ontzettend nieuwsgierig of ik zou zien en voelen waarom het boek zo beroemd is en waarom het de tand des tijds zo goed doorstaat. Het was overduidelijk. Ik heb echt genoten van het avontuur van Holden Caulfield, ik ken geen tijdlozer en universeler coming to age verhaal dan dit. Het is dat hij af en toe naar een telefooncel moet lopen om te bellen, anders zou je denken dat het gisteren geschreven zou kunnen zijn. Hele studies worden er los gelaten op de jeugd van nu en alle tijdspecifieke problemen van het opgroeien in het jaar 2010, maar bij het lezen van The Catcher realiseerde ik me dat er helemaal niet zoveel veranderd is of veranderen zal. Dat het woord 'authentiek' door zogenaamde deskundigen tot het woord van 2010 is gebombardeerd en een specifieke eis zou zijn van de 'Einsteiners' lijkt meer een gebrek aan historisch besef te zijn, dan een werkelijk nieuw inzicht. Is het niet Holden Caulfield die maar blijft roepen hoe vervelend hij 'phonies' vindt?! Het boek verscheen in 1951 en is wat mij betreft nog steeds even relevant als op de dag dat het verscheen. We zijn nu wellicht niet meer zo geschokt door het grove taalgebruik of de rauwheid, maar het geeft nog steeds het meest scherpe beeld van de puberjaren dat ik ken. Als je dit boek voor het laatst gelezen hebt toen je een jaar of 15-16 was, gun jezelf dan de tijd het nog eens op te pakken. Wat een fantastisch boek.

zondag 25 juli 2010

Inception


Over het algemeen is het rustig als wij op zondagochtend naar de bioscoop gaan, maar vandaag was de zaal om half 12 al goeddeels gevuld. De film die iedereen wilde zien was Inception, de nieuwste creatie van Christopher Nolan, met onder andere Leonardo DiCaprio, Marion Cotillard en Ellen Page. De film wordt ook wel behoorlijk gehyped op het moment. Zo wordt er onder andere gesproken door sommigen over de nieuwe Matrix. Aan de andere kant geeft het Parool een bescheiden drie sterren beoordeling, wat staat voor oké, maar zeker niet bijzonder. Genoeg redenen om hier zelf een mening over te gaan vormen dus. Inception vertelt het verhaal van Dom Cobb (DiCaprio), die ideeën steelt van mensen door binnen te dringen in hun dromen. De ultieme uitdaging is om dit proces andersom te doen: een idee niet stelen, maar juist in iemands onderbewuste plaatsen. Cobb gaat deze uitdaging aan met alle bijkomende risico's, omdat dit de enige manier is waarop hij zijn kinderen terug zal zien. Er worden in deze film alternatieve werelden gecreëerd, werelden met eigen natuurwetten en een eigen dynamiek en tijdsbesef. Dit levert spectaculaire actie, spanning, maar ook prachtige emotionele diepgang op. Met name de vrouwenrollen, gespeeld door Cotillard en Page zijn prachtig. Geen opgedirkte Hollywood supervrouwen, maar sterke en klassieke vrouwelijke vrouwen, wat ik persoonlijk een verademing vind. Inception zet aan tot nadenken en boeit van het begin tot het einde. Dat zegt wat als een film maar liefst 148 minuten duurt. Het verhaal is intrigerend, inderdaad wel complex, maar zeker niet ingewikkeld om het ingewikkeld. Wat mij betreft is dit in ieder geval de beste film van het jaar en verdient hij bij mij een plaats in de top tien beste films allertijden. Het is een film die het absoluut verdient om een tweede keer te gaan zien, omdat er meer te zien valt dan je in één keer mee kan krijgen. Briljant!

zaterdag 24 juli 2010

LEGO Harry Potter



Ook Harry Potter heeft eraan moeten geloven: sinds een tijdje heeft ook hij een LEGO-versie van zichzelf. In digitale vorm dan, deze LEGO Harry Potter speelt de hoofdrol in het nieuwste deel van de succesvolle LEGO gamereeks voor onder andere Xbox360. Eerder hebben we Starwars al met LEGO-figuurtjes mogen spelen, en ook Rock Band in LEGO vorm was wat mij betreft erg geslaagd. De spellen kenmerken zich in eerste instantie door de laagdrempeligheid, humor en een leuke multiplayer. Mede hierdoor worden de spellen nogal eens door vriend/vriendin samen gespeeld. Hierbij kwam meteen een zwakte van het spel naar boven: de cameravoering is statisch waardoor je soms niet ziet wat je aan het doen bent. Bovendien liep je soms bij je medespeler onbedoeld uit beeld of vertraagde je je medespeler door bijvoorbeeld ergens te blijven staan. Dit heeft voor veel frustraties gezorgd in menig relatie, vandaar dat er in deze nieuwe versie gebruik gemaakt wordt van een flexibel splitscreen. Het is niet ideaal, maar het helpt. Het voorkomt echter niet dat het soms makkelijker en beter voor de sfeer is dat één van de twee even alleen verder speelt. Tegenwoordig lijkt het niet meer de vraag of je relatie IKEA-bestendig is, maar of je relatie een LEGO-game aankan. Tactisch gebruik maken van de drop-in en drop-out functie lijkt hierbij de sleutel..

vrijdag 23 juli 2010

Mindfulness



Er zijn talloze methodes die je kunnen helpen zo veel mogelijk uit je leven te halen. Het maakt hierbij niet uit of het nu om werk gaat, om relaties of om vriendschappen. Deze methodes zijn ernstig aan modegrillen onderhevig en worden in allerlei vormen van coaching, therapieen en trainingen ingezet. Op het moment is alles 'Mindfulness' wat de klok slaat. Het komt aan alle kanten op me af of ik het wil of niet. Als zelfs Selexyz er een volledige tafel aan wijdt, wordt het tijd om me er maar eens in te verdiepen. Baat het niet, dan schaadt het niet zullen we maar zeggen en ik ben bovenal vooral nieuwsgierig. Met het boek Mindfulness van de naar het blijkt beroemde Thich Nhat Hanh heb ik een mooie inleiding in huis gehaald, of eerlijk gezegd: cadeau gekregen. Niet te dik, niet te diep, niet te vaag en vooral niet te veel achtergronden want zó geïnteresseerd ben ik (nog) niet. Mindfulness betekent volgens mij niets meer of minder dan 'met volle aandacht in het heden staan'. Het vindt zijn oorsprong in boeddhistische meditatietechnieken en is al meer dan 2500 jaar oud. Thich Nhat Hanh, een Vietnamese monnik, houdt zich hier zijn hele leven al mee bezig. In zijn boek Mindfulness krijgt de lezer talloze oefeningen aangereikt die hem of haar kunnen helpen aandachtig te leven. In hoeverre je hier iets mee kunt is uiteraard aan jezelf. Als je het belachelijk wilt maken dan heb je na het lezen van enkele pagina's al voldoende stof om helemaal los te gaan. Maar dan kun je het volgens mij beter gewoon niet lezen. Zelf merk ik dat ik een duidelijk onderscheid maak tussen de oefeningen die me aanspreken en degenen die mij ook wat ver gaan. Het is voor een rationeel ingesteld persoon zoals ik echt wat aan de zweverige kant zo nu en dan, maar ik heb er hele nuttige punten uit kunnen halen. Al is het maar dat we wat vaker stil moeten staan en moeten glimlachen, gewoon, omdat dat fijn is. Intrigerend, zondermeer.

dinsdag 20 juli 2010

Entourage seizoen 7


Wij ontdekten de serie Entourage pas een jaar of twee geleden, maar waren wel meteen zo enthousiast dat we de eerste vijf seizoen er in een week doorheen jaagden. Entourage laat het wel en wee zien van Hollywoodster Vince en zijn omgeving. Vooral Vince zijn broer Johnny "Drama" Chase, gespeeld door Kevin Dillon en Ari Gold, de agent van Vince die gespeeld wordt door Jeremy Piven, maken de serie hilarisch. Het succes lijkt zich voort te zetten in seizoen 7 dat onlangs van start ging in Amerika. Vince, gespeeld door Adrian Grenier, doet in de eerste aflevering van dit seizoen zelf een van zijn stunts bij het maken van een nieuwe film, iets wat maar net goed gaat. Hij lijkt hiermee een destructieve kant in zichzelf aangeboord te hebben: we hebben hem inmiddels zien parachutespringen en zien racen met zijn nieuwe motor. Dat dit zowel letterlijk als figuurlijk in de komende afleveringen gaat ontsporen zal geen verrassing zijn, de manier waarop waarschijnlijk wel. Ari gaat ondertussen weer als vanouds tekeer: in een poging de uitzendrechten van de NFL te bemachtigen krijgt hij de kans zelf eigenaar van een NFL team te worden en op die manier de sport naar LA te halen. Dit kan natuurlijk ook nooit zomaar goed gaan. Ari Gold is razend scherp, onbehouwen en vooral hilarisch. Deze video uit een eerder seizoen laat Ari ten voeten uit zien en belooft weer veels goeds voor het komende seizoen:

What Americans really want... really


In het najaar van 2009 bracht Frank Luntz het boek What Americans really want.. really uit. Hij beschrijft het in zijn inleiding als een boek door Amerikanen, voor Amerikanen. Hij basseert zijn wijsheden op een groots onderzoek gehouden onder een deel van de Amerikaanse bevolking. Centraal staat de boosheid van de gemiddelde Amerikaan, omschreven als 'I'm mad as hell and I'm not going to take it anymore.' Het is werkelijk een boek dat zich rechtstreeks richt tot het Amerikaanse volk. Het brengt onder woorden wat de mensen belangrijk vinden en vooral wat ze missen bij hun werkgevers, hun congresleden en hun president. Tijden zijn veranderd en het overgrote deel van de bevolking staat pessimistisch tegenover de toekomst. Ik denk weleens dat ik me aardig kan identificeren met de gemiddelde Amerikaan, maar als ik dit boek lees voel ik me volslagen buitenstaander. Het lijkt zich vooral te richten op 'Joe the plumber', zonder dat deze overigens bij naam wordt genoemd. De kijk op politiek, op religie en op de toekomst doet erg conservatief aan. In het hoofdstuk over religie wordt de Islam zelfs niet genoemd als grote religie, iets wat in Nederland in een vergelijkbaar boek ondenkbaar zou zijn. Ik krijg een kijkje in de keuken van het Amerika van FOX, van Palin, van veel gewone Amerikanen. Dit alles zonder dat Luntz expliciet politiek stellingname kiest. Heel veel punten die aangeroerd worden zijn universeel: het in elkaar klappen van pensioenen, het veranderen van de jeugd, het verdwijnen van zekerheden. De invalshoek bij het beschrijven van problemen en oplossingen is conservatief. What Americans really want... really vond ik een buitengewoon interessant boek, zeker omdat ik het Amerika van Obama nogal eens als het enige 'goede' Amerika wil bestempelen. Het is duidelijk een stuk gecompliceerder dan dat. Dit wil niet zeggen dat ik nu een FOX-news kijker word of dit boek als absolute waarheid beschouw, maar ik begrijp conservatief Amerika nu misschien wel een beetje beter. Hieronder een interview met Frank Luntz over zijn boek, inderdaad op FOX: